Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 614
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Alteka).
•
180
Deze woorden worden hierin
wordt nen
Nu ontkennen en
subiect
het
Heer
wij in
in
de Staten-Vertaling min
daardoor vat men
;
om
ons
hier
;
engelen
de
in
te dienen, dat
subiect
het
;
van
ambtsdragers,
niet
geroepen
om
te
maar
toch, in deze
in
den Christus
ondergeschikte
in
heerschen, maar staan
in
zou beteeke-
ons wel willen helpen.
zij is,
gelezen
juist
alsof het
opgelegde taak hebben
hun
de
die
op
gehandeld van het subiect
is
daartegenover staan dan de engelen
;
dit
allerminst niet dat dit zoo
't
die beteekenis niet
ligt
er
verkeerd toegepast, wat
meestal
prediking
dat
„gedienstige geesten"
:
dat die engelen er zijn
den
de
in
oorsprong vindt,
zijn
in is
rol,
woor-
den Christus dat van den
de positie
in
te vervullen
zij
zijn
tot
den
:
diendende verhouding
Christus.
woorden wordt dus zoo kras mogelijk tegenover
deze
In
engelen
heerschappijvoerende
het
karakter
van
die
Goddelijk
het
dienende subiect
in
Christus gesteld.
Hetzelfde leert ons Philipp. 2
6.
:
Daar wordt gezegd, dat het subiect
Christus
in
iTrói.p'/uiy
is
h
öecD.
fj-opfr,
weer dus een Goddelijk praedicaat uitgesproken van dit subiect. Nadat nu in de woorden van deze pericoop de vernedering en verhooging van dat subiect geteekend is, lezen we in vers 10, dat alle knie, zoowel van de ï'TTo-jpj.vtoi als van de ÏTrlyito'. ja zelfs van de •Ay.rxjpbvLoi moet gebogen
worden h cybfMxrt 'IriTo'j, en aller tong Hem moet ''i-c/u.oXcyi'o-B-x, dat Hem dus moet toegebracht wat alleen toekomt aan een Goddelijk subiect. Zelfs de y-xTxy^Ss-ó-Moi, de daemonen en gevallen menschen, moeten ook in hunne rampzaligheid erkennen, dat met
de KCpcu,
absoluten zin identiek
in
(-)ccc.
;
Van
of
bij
zijne
kwamen
Telkens toch zijt",
erkennen van den Christus door daemonen, vinden wij
laatste, het
dit
reeds voorbeelden
Gij
Hij is
„Wat heb
:
omwandeling op aarde. wie de geest
er bezetenen, uit ik
met
U
te
doen, Jezus,
gij
riep
:
ken
„Ik
Zone Gods des
U
wie
Aller-
hoogsten". Dit in
verschijnsel,
het
vorst
rationalistische
heerschte
waarin Leest alles
is
in
alle
het
eeuw
liet
laatste
uit
rationalistisch
zich
vierde
verklaren deel
der
iemand spreken kan,
eenvoudig geloochend
uit
;
heeft
die
men
koude
de valsche sentimentaliteit, die
vorige
eeuw, dat was het moeras
leven verstikt was.
men
iets
ledig
men thans
een ander subiect
dat
begin van deze
het begin dezer eeuw, dan gevoelt
kwam nu weer laten om het in
is ook weer los te weer de ellendigste dingen
bezig
ticisme dat ons
uit
en koud, maar daaruit
men
het aanstonds
het intellectualisme, 'dat te ruilen
zal te zien geven.
voor een mys-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's