Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 56
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Prima).
38
b
Maar
3-£3c TTve'jfzx ka-TCj.
eigenlijke? Neen,
onze
is
het
dan
is
den mensch het oor, het oog, de hand het
bij
eigenlijke
de kracht, die
is
oog
die door het venster van het
ziel,
onze spieren
in
door de
ziet,
reet
schuilt; het
van ons oor
hoort enz. Handelen wij derhalve van de kennisse Gods, dan moeten wij ons
met de redeneering: „God
afschepen
laten
niet
geen oor en dus kan Hij ook n/ef
is
asomatisch en heeft dus
maar moeten
wij omgekeerd zeggen: „De mensch hoort en ziet feitelijk met zijne ziel, maar heeft om zijn beperkten vorm daartoe de uitwendige organen van oor en oog noodig; terwijl in God hooren en zien, maar in hooger volkomenheid en zonder die is hetzelfde
organen noodig
den
94
Ps.
in
:
De
hebben."
te
hooren,
het
Wat
nu mee doen? Neen,
was
Eerst
wij
niet alzoo; er is in
Het
instrument.
hooren
het
een
oor of oog was, en dus
hebben zou.
niet
ons beeld Gods
in
onderscheide
tusschen datgene
De
is.
of die
is
is,
dus
dat
is
In
ten
eene
Exod. 4
:
realiteit in
„vindt
van
opzichte
:mn> 'Diy sbn
door God gestelde doel.
vooraf
het
den Bij
daarna creëerde
was dus reeds in God, eer er nog onmogelijk, dat God zelf het V^"^^ ^n het zijn,
anthropomorphistische
spreken
conversatie, bijv.
schrijven
terdege der
maar
zijn
in
is
is
den mensch.
zuivere anthropomorphismen,
het beeld Gods wezen des Heeren.
in
den mensch beant-
''r2
een he kunnen
we nog
makkelijker dan
is
dan
daarom
teekens
door onzen mond.
niet afgesloten
bij
een
geven;
terwijl
De
er niet
\ih
het
kunnen
Een stomme mist wel de
van de gedachtenwereld;
men daarentegen zonder
afgesloten van de gezichtswereld, gelijk zonder
geluiden.
spreken
of
wel
men in eene soortgelijke uitspraak dezelfde gedachte mond en het spreken: niió n3 üf vba np'' iipN"!
anders is
indien
voorstellingen
verschil tusschen het accidenteele en het essentieele onderscheiden. Wij
nog wel
realiter
Geen kind van God is denkbaar zonder éen woord het bewustzijn.
overgebracht
het
ons
niet in
wat accidenteel en datgene wat essentieel
God
God daar
zien
in
deze
bij
Ik
kunnen zien en met ons oog kunnen
het hooren en zien, en
en
het
yp:n
de schepping entelechie. Wij hadden
maar aan de essentieele dingen van altijd
Heeft
Dat geldt dus natuurlijk vooral ook van wat
accidenteele dingen op
woordt
van het zien?
Het beeld Gods zou eenvoudig
Gods beeld
realiter
Men
naar
konden „hooren" en „zien".
wij niet
wat
oor
God de gedachte van
in
Hij
ü^inn
ons
geschapen
zijn
|rx
de gedachte van het oor of die
eerst,
oog gemaakt en daarna gevraagd: Wat kan
evengoed met
niet
want
hooren,
nu
is
van het oog
gedachte
de
eerst toevallig een oor of
volstrekt
met zoovele woor-
Schrift zelve zegt het ons
den locus classicus voor het anthropomorphisme :
9,
:D^n^ N(>n X'V "i^'-dn yoii'^ ithn
van
/zoore/z",
|*x
hij
kan
]y_
wel
van de wereld
n" doet dus louter instrumenteelen dienst, de zaak van het
aan gebonden. Als nu
God de Heere wordt
gezegd, een ns
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's