Dictaten dogmatiek. Locus de Magistratu, Consummatione Saeculi - pagina 173
college-dictaat van een der studenten
§
Van
5.
het souverein gezag.
145
men, dat ze niet meer God, maar een lex aeterna aanbidt. Het ideaal van deugdelijkheid, heiligheid en rechtvaardigheid is de aanbidding, de vergoding, de apotheose van de lex aeterna. Opmerkelijk is, hoe die ethisch-modernen
vindt
noodzakelijk
gekomen
toe
er
zijn,
dat
de materieele schepping en de be-
zij
God omgaande.
als buiten
stemming van ieders levenslot verklaren
Zij
hebben
de duistere opvatting, alsof de stoffelijke wereld een booze woelende macht op zich zelf is, waardoor wij ons als geestelijke menschen moeten heenslaan, geduriglijk het ideaal der lex aeterna nastrevende.
optreden
de
in
we
moeten
gemeente,
de predicaties en
In
in het
daarom den mensch voor God
juist
leeren knielen.
Men
spreekt altoos over Christologische onderwerpen, zooals de vergeving
maar
zonden,
Zijn
eigenschappen.
De
Het
eenige
middel,
om
te
kennis
aan
die
al
gesproken over God, Zijn
er
rechte
Gods
Hem
is
waken
aeterna
lex
God
men
volgt
daaruit,
zijn.
Evenzoo,
er
maar
Daar nu
komt.
dat
en
te loven.
maken en tevens
dit,
is
Wezen
gemeente
te
dat^het denkbeeld
ga en dat men weer voor God den
er uit
Tot op zekere hoogte kan men wel van eene lex aeterna
Heere leere buigen. spreken, mits
boven God
als
ellende een eind te
tegen het insluipen van valsche voorstellingen
van eene
uit
wordt
weinig
van
zegge, dat het
bij
God dan ook Jezus
als
zegt
Mijns niet waardig" (Matth. 10
:
:
God
is,
boven de wet
ieder wetgever
die haar geeft en dat staat, die hij geeft,
nooit aan de lex aeterna
onderworpen kan
„Die vader of moeder liefheeft boven Mij, 37.),
dan
zij
zoo
is
de Heere zich boven de 10 ge-
stelt
omdat Hij zelf wetgever is, en dit dus als zoodanig doen kan. Een mensch kan dit niet zeggen, omdat hij onder de Wet staat. We moeten dus altijd de lex aeterna nemen als uit Gods vrijmachtigen wil voortgevloeid. Vraagt men dan, of God een lex aeterna geven zal buiten Hem omgaande, dan luidt het antwoord ontkennend, maar tevens merken wij boden,
daarbij
op,
dat
of vrijen wil of
ning
in
pen en
God is
anders
iets
Om
of
dit duidelijk in te zien, heeft in
niet-scheppen
was
hoogere
te
kan.
Heft
men nu
men
iets
doet met instemming
die zijn eigen wil en
uit
met welk doel en met welke bepalingen is
quaestie
men schep-
de vrijmacht op en zegt men, dat
Hem dwong,
dan
haar voort de richting hoe en wat,
er
geschapen moet worden dan wordt ;
God geen God
weer voor dezelfde moeielijkheden
mee-
onderwor-
uit
de § de recursus ad creationem
scheppen door een hoogere macht, die
macht God en komt
God volkomen geëffaceerd en Op deze wijze wordt de
V
is,
Een koning,
Iedereen stemt toe, dat ware creatie daaruit voortvloeit, dat
verplicht
die
geheel
onderworpenheid.
de wet uitdrukt, conformeert zich daaraan en dat niet
penheid. plaats.
het uit
meer.
slechts verschoven en
te staan.
Dat
dit
zoo
is,
komen we toch men aan de
ziet
10
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's