Dictaten dogmatiek. Locus de Magistratu, Consummatione Saeculi - pagina 192
college-dictaat van een der studenten
LOCUS DE Magistratu.
164
Eeuwig Wezen doet
groepen,
in drie
De vraag Eeuwig Wezen
Deïsme, Theïsme en Pantheïsme.
nl.
dus voor, hoe deze drie voorstellingen omtrent het
zich
zich stellen ten opzichte van de uitoefening van het gezag.
Zoowel
't
Deïsme,
wat
belijden,
zijn,
zij
Theïsme,
Ze stemmen
geen verschil.
Pantheïsme
als
daad
die van
is,
God
in
zij
metterdaad
maakt
Dit
rust.
de bepaling over personen,
hierin overeen, dat
toestand, aanleg, existentie enz. een
indien
zullen,
erkennen, dat de souvereiniteit
God
uitgaat.
lot,
Zoodra men
nu vraagt, hoe God die oppermacht uitoefent, dan ziet men, dat juist naar de drie hoofdstellingen van Gods Wezen de drie lijnen geheel uit elkander gaan. A.
Wat
is
wel erkennen, dat
maar
Deïsme?
standpunt van het
't
Het Deïsme (de naam er
willekeurig gekozen),
is
God
een
die
is,
is
de belijdenis van hen, die
ook toegeven, dat
God, na de wereld geschapen
die beweren, dat
God
eigen lot heeft overgelaten.
uurwerkmaker tegenover
zijn
staat bij
uurwerk.
dan staat het daar en bekreunt
hebben, die aan haar gelijk
een
uurwerk gereed en opgewonden,
er zich niet verder
hij
de wereld schiep,
hen tegenover de wereld, het
Is
te
Hij
om
als het behoorlijk
:
opgewonden is, loopt het vanzelf. Zoo nu bestaat bij hen de voorstelling, dat de kosmos een opgewonden uurwerk is, dat vanzelf afloopt, wat uit zich zelf bestaat, en waarbij geen kracht meer behoeft bijgebracht te worden, want God, de oorspronkelijke Maker blijft er nu buiten. alles ligt er in besloten. Het Deïsme kent wel eene schepping, maar geen voorzienig bestuur, geen onderhouding en regeering Gods.
God
sprake van, dat
rechtstreeks zou uitoefenen.
den kosmos loopt kracht,
die
standpunt
geen
er natuurlijk
is
oppermacht nu nog Hij heeft
de sou-
anderen gelegd, heeft zoolang het uurwerk van
er zelf afstand
van gedaan, evenals een uurwerkmaker de
het uurwerk doet loopen, overbrengt op de raderen en opsluit in
Het
de veer.
dit
wel de Souverein, maar
Hij is
op
overgedragen,
vereiniteit
Op
zijne overhoogheid, souvereiniteit en
evenwel kracht, die van
is
de opwindende
kracht
van
Hem
den uurwerkmaker
zelf is uitgegaan,
zelf
is,
die,
evenals het
opgesloten
in
de
saamgetrokken veer, op deze veer werkt en het uurwerk loopen doet. Wanneer
God
nu volgens den Deïst verschillende
gevallen
zijn souvereiniteit
mogelijk.
Is
zij
b.v.
op de menschen overdraagt,
op het
overgedragen
volk,
Doch
bestaat er volkssouvereiniteit, op den enkelen persoon, dan monarchie. dit
doet
er
niet toe
;
het eenigste,
waar het op aankomt,
is
dit,
dat
zijn
dan
God de
kracht in het menschelijk organisme zelf insloot, zoodat daarin dan de souvereiniteit rust.
God
dat
bij
mensch
al
meer naar om 't gaat dan niet meer onder want Hij trok zich terug, 't Spreekt vanzelf,
zelf ziet er niet
verantwoordelijkheid
aan
God,
;
zulke voorstellingen van een overdracht van het gezag
of
alle
menschen,
de grondstelling van het
Gods op
christelijk geloof
één,
geheel
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's