Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 124
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Prima).
106
dan wij ervaren
sterker
een mensch, die
bij
heeft dus deze dubbele i<waliteit
tatis
doet
ervaren,
dien
het
mensch
ander
wezen
dat
ik,
in
richt
innige
divinitatis
doen gevoelen
te
„Gij
:
zijt
besef van beoordeeld
vau mijn wezen
dat wat
door een
als
blik,
den
bij
iets,
maar
door
als
van menschen
ik
minderheid
te
heerschen,
Gij
en
uit,
over
Er
mij
gekend,
in
ons
niet alleen
om
doorgluurd en bespied
uw
maar
ik",
worden. Niet alleen
maar
of
op de knieën en een brengen
geen oogenblik
U ?" maar
ik
over
tot
aanbidding.
dwingt
ook een
volkomen
de
mij
de
sensus
rechterlijk
ik,
en
hoe
;
het
(Men houde
in
de erken-
m.ijn
een almachtig
ik,
maar
bestaan komt openbaren.
innerlijk
innerlijk bestaan niet mogelijk
bewustzijn en in dat bewustzijn de kennis, beide hoe
zij
zal
het oog, dat hier
niet alleen tot
niet alleen
is
aan mijn
zich
daar nu een oordeel over
aanwezig
„wie
:
absolute hoogheid van dat ik over mijn eigen ik
divinitatis
dat
onvergelijkelijke
worsteling
een onmiddelijk neerwerpen
gehandeld wordt van den onverdorven toestand.) En ning van
de binnenste wortel
den sensus divinitatis ook een
er gaat in
zelfs
is
tot in het
hem ook onmid-
geeft blijft
word alzoo gedwongen, om mijne
ik
erkennen.
mensch inwendig aan,
en van
te
niet verborgen,
oordeel over mij
en
2^,
geene andere conclusie dan zoo-
tot
den
grijpt
uw wezen
van
innerlijk
delijk het
En
ook
eminenter zin dan eenig
veel
in
den doordringenden
/naar
den meest volstrekten zin wordt gevonden
dus
wij
;
sensus divini-
ons die innerlijke bespieding
viiAiy^v heeft in •
De
ons indrong. hij
indringt.
De sensus
c.
hem
daar
weg komen
langs dezen
'
mensch op ons
Wij worden inwendig aangedaan niet
even.
een
naast haar
het
een
fxipouc plaats heeft,
'^k
Ook
die
van
ik
in
dat
Ie,
:
is,
tenzij er
ik zijn
moet
volgt ook langs dezen weg, dat de sensus divinitatis, normaal werkt en actueel ontwikkeld is, zijn inhoud volstrekt niet uitgesproken in de erkenning van een iets, maar volledig eerst dien
waar
ik
ben,
zoo
hij
heeft
inhoud uitput
in
wijl het oordeelt,
de belijdenis van een een bewust ik
De vraag kon
d.
rijzen, of
in
machtiger dan het eigen
ik,
mijn binnenste
dat almachtig
ik,
en dat,
ik,
is.
waardoor
mij in mijn bin-
ik
nenste voel aangegrepen en toegesproken, altoos hetzelfde was, dan wel of het
nu de eene, dan de andere macht was. Natuurlijk, op polytheïstisch terrein is die gewaarwording vervalscht daar juist gevoelde men ze als eene aangrij;
ping van onderscheidene machten.
sensus tijde
divinitatis juist het
ling
in
normalen toestand doet zich
de constantheid ontwaart van dat ons aangrijpende
belijders
die
Maar
omgekeerde verschijnsel voor,
van
van den Christus kunnen wij dat den
herstelling
sensus
divinitatis
verstoord,
maar
in
dat
nl. ik.
men
bij
den
te allen
Als gedoopten en
onszelven zien, door de herstel-
krachtens de palingenesie. Zeer zeker wordt toch, wij
behoeven
niet naar
een vreemde
te
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's