Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 626
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Christo (Pars Prima).
78
Maar hoezeer dan ook de naar
maakt,
onderscheid
deze
loopen
begrip
het
dat
kracht
moet vastgehouden, dat
alle
op zekere hoogte
tot
uiteen
vijf
zóó
;
op eenzelfde wezen slaan en alzoo met
echter,
zij
slechts
tijdsorde
vijf
deze
in
het subject altoos onveranderlijk één
alle
verschillende toestanden
vijf
blijft.
Toelichting.
Deze paragraaf handelt over wat men gewoonlijk noemt de praeëxistentia toch gaven wij haar dezen titel niet, omdat hij niet juist is. Jesu Christi :
Zuiverder In
zou
titel
de praeëxistentie van het
zijn
mag overgenomen. Het
praeëxistentia Jesu Christi niet
deze zaak raken,
den bodem toe door
tot
wetende wie bedoeld
niet
Jezus of de tweede persoon
genoeg
niet
van God
niet
Men
„tijd",
daarom de
ik in Christus
De
ik dit,
de war
de Messias,
ligt hierin,
men men
dat
spreken van het voorbestaan van den Zoon van God. Dat
God
bij
is
alle
waar sprake
spreken van is
Met
het begrip
Daar de eeuwigheid de moeder zijn
„tijd" onmogelijk.
aan het begrip Lees
ik plaat-
van Christus, daar
van het voorbestaan
want
is
ware even dwaas
dit
Christus bestond naar de idéé.
:
woord
het
;
de Zoon van
niet
w.
evenals de Modernen en de school van Ritschl den
ik
tooverstaf
geloochend
bestaan
maar de zaak
blijft,
God maar de Messias
Dan is
is
weg. Immers, zeg
ik,
dan wil
dit
Dan
er
zeggen, dat de ambtelijke waardigheid heeft voorbestaan.
roemen mag
de
in
genade
;
dan toch
is
idiologisch voorbestaan (gelijk het in de
Raad Gods
den
de
de Schrift
(gelijk
is
van elk kind Gods, dat
hier niets anders bedoeld,
dan het
philosophie heet) of het voorbestaan zegt).
maar ook de hond en
mensch,
ja
idi-
het echte voor-
heeft voorbestaan,
echter ook een voorbestaan van David en Salomo,
alleen
Want doe
spreken van een voorbestaan van den Messias.
ik
dan gebruik
ologischen
in
:
Klaarheid krijgt
spreekt nooit van het voorbestaan van God.
Schrift,
Evenmin kan
a.
grootste belang
licht in
spreken van het voorbestaan van den Vader of den Heiligen Geest.
als te
m.
fout
uitmaakt.
nooit bedoeld de tweede persoon in de Drieëenheid,
dat
't
een of ander praedicaat
bij
Goddelijk wezen.
't
van
en de eeuwigheid dus nooit kan gebonden
tijd,
sen
in
is
is
denken, omdat wij zoo
het begrip van eeuwigheid gegeven.
is
van den
is
te
dat abstraheeren zuiver volbrengt.
Wij kunnen tautologie.
in
op hetgeen het
let
men
eerst, als
is
Chr. sprekend subject.
uit J.
de eerste plaats zullen wij aantoonen, waarom de gewone spreekwijze van
't
Maar
vergeet dan niet, dat niet
paard, ja alles
is
aangewezen
in
den Raad Gods. Ideëel
bestaan
Hem
ligt
van
dingen.
feitelijk
Het
is
het voorbestaan van Christus
genomen, alle
neer tot de
noodig
onderscheid
te
dit
schijn
Ik
gewone en
punt aan
twee loopen zoozeer
gelijke
lijn
met
te stellen,
't
voor-
maar
trek
lage dingen.
te stippen,
om ook
in
kunnen hooren tusschen de ideëele en ineen, dat,
op
dan Christus hoog
weet men
niet
de
de gewone prediking het reëele praeëxistentie.
juiste
termen
Deze
te bezigen,
men
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's