Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 931
college-dictaat van een der studenten
Hoofddeel derf
den
in
§
VI.
De Praedestinatione
4.
dan gaat de dood
kosmos,
tusschen de menschen,
temperd voort, maar hier op aarde werkt kannibalisme
men wel
vind
leven
menschelijk
het
dood,
om
zou
werkend,
direct
nu
;
echter
elkaar
opeet,
Hem
zijn.
Hierin gevlochten
ligt
in
subjectieven zin,
zonde
bewaren
te
passies, enz. zoodat
toch
gelaten
lichaam en
kan
God gegeven
de
door de gemeene gepraedestineerd
om
tempering. absolute
te
doen uitkomen.
opkomen,
men
mogelijk, daar zou
niet
den afzonderlijken mensch voor wegzinking
man
en dat door intooming der
Aan eigen
passies over-
anders doen dan zichzelf verderven naar
niet
Die intooming nu
plan
het
;
hebben doen
dadelijk
velen zien opgroeien met grooten adel van
de bijzondere genade Ingesloten,
Was
moord en
een
een kannibalenstam, waar
Bij
opgroeien en als
vatbaarheid weer ingeschapen in
van
de gemeene gratie
mensch
we
gratie.
;
de sociëteit van
er
is
krachten
niet zichzelf verderven gaat.
hij
In
natiën
en daar zou Zijn leven niet zeker geweest
zijn
n.I.
zijn
in
Dat
ziel.
daarvoor de
geslacht
was de vleeschwording des Woords
aansluiting voor
in
:
het menschelijk geslacht kon er een kring
geen
b.
de relatiën
het menschelijk geslacht mogelijkheid gekregen
de Christus kon geboren worden.
waarin
sferen
menschelijk
het
heeft
étalage van
die
ingebonden.
hij
lage
in
de hel nu werkt de dood onge-
het menschelijk geslacht mogelijk
zich voort te planten en de van
Door
In
maar toch over het algemeen
levend,
Daardoor wordt de ontplooiing van wegsterven
werken
ontbindend
het lichaam, enz.
in
241
is
is.
Dus
van praedestinatie wijl
de
ziel,
alleen mogelijk, als in den
laatste
is
ligt
komt
mensch
ook de gemeene
gratie
zoowel de gemeene
ondenkbaar
is
als
zonder de eerste.
immers geen tegenwerking van de passie bij het opgroeien, dan zou niemand zich door de bijzondere genade kunnen laten bewerken. Verder heeft de gemeene gratie aan de Kerk eene plek voor het hol van haar voet er
gegund. Als
30.
ook deels
derde
stuk
in
in objectieven,
de praedestinatie krijgen
we de
particuliere genade,
deels in subjectieven zin.
Die particuliere gratie heeft a.
haar objectieve zijde
in
de geheele heilsopenbaring Gods, die bestaat
in
:
de constitutio Mediatoris.
de constitutio
S. Scripturae,
de constitutio Ecclesiae.
onze geloofsbelijdenis wordt
In
„Ik
geloof
in
God den
na
de
eerste rubriek over de Schepping:
Vader, den Almachtige, Schepper des hemels en der
de tweede rubriek genomen „en in Jezus Christus, Zijn eeniggeboren onzen Heere, enz." Die middengroep nu van de twaalf geloofsartikelen heeft betrekking op het eerste deel der objectieve zijde van de partic. genade,
aarde"
Zoon,
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's