Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 746

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 746

college-dictaat van een der studenten

2 minuten leestijd

Locus DE Deo (Pars Tertia).

56

Om

nu

in

teruggaan

tot

hebben wij

te

de gedachte

van

besluit

het

in

dringen, moeten wij eerst

te

de quaestie der ideeën, en hebben wij de vraag

denken over de ideeën

Hoe

te stellen:

Ood?

in

[Eene kleine opmerking zij hierbij ten beste gegeven: Slaat men theologische leerboeken of geschriften op, dan zal men het woord „ideae' 'weinig aantreffen in de theologische litteratuur van de 15e en 16e eeuw vindt men het woord „ideae" niet dan hoogst zelden gebruikt. Inplaats daarvan worden dan gebruikt ;

„formae" en „rationes". Wie

dit niet weet,

kan die uitdrukkingen niet verstaan

omdat hij niet gevoelt, wat er mee bedoeld wordt. Vindt men dus werken de gemelde woorden, dan vertale men ze door „ideeën".]

Wat

verschijnselen in de wereld der gedachten. Wij

zijn

een

en

denken,

en dientengevolge een

hebben een

en een bewustzijn, en nu

zijn

zijn

zijn er

verschijnselen in de wereld van het zijn en ook in die van het bewust-

allerlei

Er bestaat tusschen die twee samenhang, en zoo

zijn.

zulke

ideeën ?

zijn

Ideeën

in

is

er

dus rapport tusschen

beide.

Dat

wat

nu,

in

die wereld van het bewustzijn correspondeert

met hetgeen

waarnemen en zien, zijn de ideeën. Men kan voor zich zien een kind en men kan dat kind aesthetisch, physisch beschouzonder er over te redeneeren men kan een bloem zien en het schoon er van genieten, zonder over die bloem te spreken; men kan een schotel met spijs hebben en eten, zonder te vragen, vanwaar dat alles komt. Gaat men zoo te werk, dan heeft men niet de idee van die zaken, maar zoodra men over dat kind, die bloem, die spijs gaat denken, dan krijgt men indrukken in zijn bewustzijn van wat men zag. Wat komt er nu in ons wij

de wereld van het

in

zijn

;

bewustzijn ? Natuurlijk niet die schotel, die bloem of dat kind, ding.

Dit

zijn, tenzij

feit

er in dat ding begrip

Wat nu kleeren

kan

geheel

men dan

:

van

begrip

het

van

het

verknipt

de bloem

wereld in

;

met

is

het

weg. in

Wat dan weg

alle

om

dingen te

iets

de niet

idee,

het

;

de

de bloem

datgene wat er

door

of

lo-

na die dingen,

kwamen. hemel en op aarde ? De geheele

kunnen worden begrepen,

maan en planeten moet voordat er nog

is

kwam

in

van de bloem

stof verloren gaat, en toch zegt is,

eer de dingen er

logisch dooraderd

alles bestond,

niet het vleesch, het haar of

is

is,

de dingen nu,

nu dat bestek van

zon,

ding

worden, zonder dat de is

maar moet bestaan hebben, is

het begrip van dat

zit.

kind, niet de bladeren of de steel

gisch inzat. Dat logische

Waar

maar

nu, dat wij een begrip krijgen van een ding, zal niet mogelijk

evenzoo wezen

;

er zit

gedachte

de idee van dat

aanwezig was, en de ideeën van

alle

dingen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 746

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's