Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 119

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 119

college-dictaat van een der studenten

1 minuut leestijd

§ eigen

is,

maar

per

Dat

eminentiam.

„iets"

nu kan

die hoogste graad der eigenschappen

dat eene eminente substantie

En

Er

5".

is

eene

afweten,

eli<ander af

De EXSISTENTIA

3.

DEI.

maar

niet

moet

101

in

de lucht zweven,

vastzitten aan een substraat,

wezen moet.

gubernatio

want zonder dat de menschen van

rerum,

er zekere stuur en richting in het leven, die

is

aan de individuen moet gegeven

komt dus neer op

(Dit

zijn.

van buiten

het historisch

bewijs).

Het

om op

deze

Ursinus en Polanus vindt

men

de moeite

loont

immers,

bij

met name er alleen

in

niet,

wegen

vijf

afzonderlijk in te gaan

ze breeder, en de latere philosophie,

Wolffs dagen, geeft dezelfde gedachten veel concreter.

op voor den stand der kwestie

absentie van religieuse gedachten, het

was

Ik wees Er was volkomen

de Middeleeuwen.

in

al

puur

dialectisch.

De

vijf

bewijzen

van Wolff staan dan ook veel hooger, waar ze onmiddellijk aansluiten aan het religieuse en zedelijke leven in

III.

den mensch.

Resumptie der paragraaf.

De exsistentia Dei kan daarom nooit door denkoperatiën bewezen worden, omdat men langs dien weg nooit verder kan komen dan tot het postuleeren van eene x en niet dan door eene ^asra/Jao-^*; dq xa'ao yhcc den sprong kan ma1.

ken van de cogitatio tot de

res,

noodig

om

tot

de exsistentia Dei te geraken.

vormen ontleend aan de eindige vormen dezer wereld en draagt dus een eindig karakter, waardoor nooit een oneindig resultaat kan bereikt worden (iets, wat vooral bij het ontologisch bewijs geldt). 2.

Al ons denken

3*^.

Ook

al

is

in zijne

schieten deze „bewijzen" te kort,

aan een ongeloovige het bestaan van

God

waar

ze strekken moeten,

te bewijzen, toch

om

hebben ze dubbele

waardij a.

zijne

het

als

atheïsme

redeneeringen

in

opkomt, zijn

kan men

er

mede aantoonen,

dat dit met

al

eigen garen verward raakt, waardoor men, negatief,

het atheïsme afbreuk doet b.

waar nog eenige sensus

ze zijn alleszins geschikt, om,

gebleven,

maar deze onder den storm van

meer gehoord sensus

weer

wordt, tot

dien

energie

te

sensus

weer

allerlei

divinitatis

bedenking en

te prikkelen,

is

over-

twijfel niet

de zenuwen van dien

brengen, en zoodoende dien sensus divinitatis te

bekwamen, om de macht van den

twijfel

weer

te

boven

te

komen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 119

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's