Dictaten dogmatiek. Locus de Sacra Scriptura, Creatione, Creaturis - pagina 445
college-dictaat van een der studenten
§
29
certitudine creationis ex hisioria et ex idea.
De
4.
terrein der Schrift zijn volle bevestiging
ex idea,
d.
w.
z. uit
de onder-
wezen van het eeuwig bestaan van God als louter geestelijk name met bestaande, het van realiteit en uit de onderstelling van de rustende onderstellingen beide van den mensch, en uit de op deze moet Bij loochening der Schepping toch voorstelling van de religie.
stelling
öf materialistisch de kosmos óf idealistisch tot schijn worden herleid, In het eerste geval loochent men als zelf eeuwig worden geponeerd.
de
der dingen,
realiteit
in
het tweede loochent
men God
als geestelijk-
Vandaar dat de overtuiging aangaande de Schepping
eeuwig Wezen. grondslag ligt, en aan geheel de Openbaring der Heilige Schrift ten de creatio van haar religieuze voorstelling onafscheidelijk is. Zonder als
uitgangspunt
alle religie in
is
den laatsten
den zin der Schrift ondenkbaar. De tijd
van geloovige
zijde
aangewend om
pogingen, vooral
in
de creatio los
laten en in de evolutie de oplossing van het wereld-
raadsel
te
einde alzoo de Christelijke belijdenis met de
ten
vinden,
te
rusten dan ook öf jongste hypothese der wetenschap te doen rijmen, öf op gebrek aan op onbekendheid met het wezen der evolutie-leer
Ex
doordenken.
logisch
genomen toch
idea
blijft
neemt men
de creatio even
aan, dat oorspron-
wonderbaar en ondoorgrondelijk, ook al bezwangerde kelijk niet anders geschapen werd dan met kracht
want
bij
die onderstelling
is
stof,
de evolutie niet het uitgangspunt, maar
uitgangsintegendeel een actie, die pas intrad nadat door creatio het
punt gegeven was.
Toelichting. I.
de
Bij
dingen
uit
het verleden
er
bij
zijn
die
men uitteraard voor een unicum. Bij alle overige kan men teruggaan op het getuigenis van menschen,
staat
creatio
maar
geweest,
het
denkbeeld
zelf
van creatio
sluit uit alle
den mensch, die daarna nog pas komen moest. Zelfs alles met één tooverslag tot aanzijn al wilde men zich denken, dat plotseling was geroepen, dan nog zou de mensch niets daaromtrent kunnen testeeren. Op het oogenblik van zijn ontwaken tot bewustzijn vond hij dan toch reeds Van het hoe wist hij dan nog niets af, gelijk zelfs nu heel de wereld klaar. een kind van zijn geboorte niets weet te vertellen. Zoo is dus de Schep-
tegenwoordigheid van
nog
ping met niets anders Rechtstreeksch er
niets
er
wel
van, bij
is
te vergelijken.
gevolg nu daarvan
non
liquet,
geweest.
öf
Het is,
is
we moeten
En dat kunnen
een unicum.
we
dat
öf
moeten zeggen
:
we weten
afgaan op het getuigenis, van wie er
dan maar twee
zijn
:
de «ngelen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 776 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 776 Pagina's