Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 174
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Prima.)
156
was en
Hem
die
het
zal",
zijn
„is"
gelijk
Zoo ook
„zijn zal".
niet
opeenvolgend, maar
„rj A
y.xi
H"
rz
[We
hoe
„'^py^r y.xl rk'/.sS'.
De
niet.
zelf het begin
zoodat
zijn
bij
aan het
Voor ons volgen de
uitspraak, hier geciteerd, wil
God moeten beginnen
toch niet zeggen, dat wij met
maar dat voor God
en
God
dingen successive op elkander, voor
digen,
alle drie tegelijk,
aan het „was" en beide wederom gelijk
is
en met
God moeten
en het einde identisch
ein-
zijn.
men
zich van ongereformeerde zijde op de Schrift kon hebben we geene dialectische, maar openbaringsvormen, iets wat door vroegere theologen wel eens is vergeten. Wanneer dus de Remonstranten, en vooral de Socinianen, beweerden dat de Schrift de simplicitas Dei niet leerde, dan antwoordden onze vaderen terecht, dat ook de Triniteit niet in dialectischen vorm door de Schrift wordt geleerd. Zeer zeker, de Schrift zegt nergens met zoovele woorden Deus est simplex, maar de zaak komt er in openbaringsvorm zóo overtuigend en helder in voor, dat elke belijdenis feil gaat, die ze loochenen wil of vergeet er mee te rekenen.] zien
beroepen.
nu,
de
In
Schrift
:
C.
Nu
heeft
men tegen
dit alles
de bedenking geopperd, namelijk sinds de
dagen na de remonstranten, dat toch de Personen Gods onderscheiden
lo.
de werkingen,
2o.
de besluiten en
3.
zijn.
[We kunnen
in dit gezelschap Prof. Doedes nog wel even memoreeren. Het anders mijne gewoonte niet, van deze plaats andere hoogleeraren te bestrijden, maar ik heb het ZHGel, in „Ex ungue leonem" publiek gezegd, en dan mag het wel eens. Maar ditmaal wil ik hem wat opbeuren. Onder de tegen-
is
woordige theologen toch zijn er vele van naam en groote verdienste, die het dezen met hem eens zijn. Zelfs een der beste Luthersche theologen,
te
Villmar, heeft de simplicitas Dei bestreden.
neemt eene plaats der eere in onder de theologen van onzen tijd. onze vriend niet. Aan Roomschen ziet hij zelfs nog iets goeds, maar niet aan Calvinisten. Maar dit is Villmars verdienste, dat hij is opgekomen tegen de phrasen in de theologie. Hij zag in, dat de philosophische theologie uit de school van Fichte, Schelling en Hegel geene liefde voor Christus in de ziel kweekte, maar van Hem afvoerde en voor realiteiten phrases bood. Die klanken wierp hij daarom overboord en als een heros greep hij den moed, om èn in zijne dogmatiek èn in zijne ethiek weer een geheel vrij standpunt in te nemen en zich te dompelen in de weelde van het Christelijk leven. Hij heeft alles van den grond af moeten opbouwen. Er is dan ook veel gebrekkigs en Villmar
Hij
is
verkeerds is
in
zijne constructiën.
bestreden
heeft, terwijl hij ze practisch
weer een van velde.
a.
Maar toch
is
hij
een uitstekend denker. En het
alleen door gebrek aan dogmenhistorische kennis, dat
die
in
philosophische phrases
de simplicitas Dei zag er en daarom trok hij er tegen te hij
zijne geschriften belijdt. Hij in,
J
Zeker, die opmerking
is
volkomen
juist.
De opera
cxcuntia, de opera ad
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's