Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 442
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Altera.)
8
met hand en
tand hebben vastgehouden, vooral
Van de
natura^isme.
wilden
Triniteit
de dagen van het supra-
in
maar
niets weten,
zij
beleden een
zij
persoonlijken, levenden God.
Thans
4.
rijst
van
logie
kan
de vraag, of dat bestaan van God, dat wij ons naar de ana-
ons
wezen dan nu
menschelijk
denken,
persoonlijk
identisch
met ons persoonlijk bestaan of wel met noodzakelijkheid een andere gestalte moet vertoonen. wezen
Tot beantwoording dezer vraag moeten bestaan niet de grondvorm
persoonlijk
God
in
en
is
ons niets dan afschaduwing. Het oorspronkelijk en archety-
bij
pisch persoonlijk bestaan
daar
nu
moeten
God
archetype verschillen,
over
nantie
te
is
God den Heere
in
is
tot het beeld
Ware
ons persoonlijk leven op
van den mensch. Dit brengt ons
zijn
dan
in
arche-
zijn
van
trinitarisch, althans verschillend
dan was het geen persoonlijk bestaan God eenpersoonlijk wezen onmogelijk meer persoonlijk kunnen zijn. Het
in archetypischen zin.
zou, als wij
er
ons,
menschen. het
in
is
het gelijk,
even onmogelijk dat
„persoon"
dat
op,
lette
Personen
En
slechts ectype.
de conclusie, dat het persoonlijk bestaan
tot
het menschelijke wezen.
bij
is
de fout van het Deïsme, dat- de scheppingsordi-
omkeert en God maakt
Men
ons
om
zoo heeft niemand het recht,
typischen vorm niet anders kan
als
bij
:
en ectype elkander nooit dekken, maar altoos principieel
brengen. Dat
voorloopig
reeds
wij allereerst opmerken, dat ons maar dat omgekeerd de grondvorm
is,
God
feitelijk bij
niet denzelfden zin heeft
Onze persoon staat niet gelijk met een van de drie Goddelijk wezen, maar wat op éene lijn staat is Gods drie-
persoonlijk bestaan met ons eenpersoonlijk bestaan. Is
deze
eigenaardige
gelijksoortig, identisch
bestaanswijze
van
het persoonlijke in
Wij hebben hier niet gelijkheid, maar gelijksoortigheid
God de Schepper
is
en
wij
schepselen
hebben van archetype en ectype. Dat gere orde
is
Kunnen
en
bij
wij ons in het
gewone
Ja.
wie
bestaan
persoonlijk
Genestet's
tegenover die
als
Gregorius,
mannen
als
of
te
belijden, overmits
zijn
en wij hier dus de verhouding
in,
dat het archetypische van hoo-
sluit
Daar
leven dat onderscheid van hoogere en lagere
zijn
niet
sommigen onder onze medemenschen,
bij
uitkomt
De
zeggen bijkans waarheid wordt
nu
gelijk
ons een lagere vorm wordt gevonden.
orde ook voorstellen ? het
God
of analoog met ons leven 7
:
en „.
.
.
ingezonken menschen eens een Luther
of Calvijn,
zóo
onbeduidend
Hij
was niemand."
man
heid tusschen hen en die anderen bijna niet uitkomt.
dat
En
stelt
als Jesaja, als Paulus,
dan gevoelt men dadelijk, dat
het persoonlijk bestaan van veel hoogere orde
verschil van hoogere en lagere orde.
is,
is
in
zulke
en de gelijksoortig-
En toch
is
dat
maar een
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's