Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 442

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 442

college-dictaat van een der studenten

2 minuten leestijd

Locus DE Deo (Pars Altera.)

8

met hand en

tand hebben vastgehouden, vooral

Van de

natura^isme.

wilden

Triniteit

de dagen van het supra-

in

maar

niets weten,

zij

beleden een

zij

persoonlijken, levenden God.

Thans

4.

rijst

van

logie

kan

de vraag, of dat bestaan van God, dat wij ons naar de ana-

ons

wezen dan nu

menschelijk

denken,

persoonlijk

identisch

met ons persoonlijk bestaan of wel met noodzakelijkheid een andere gestalte moet vertoonen. wezen

Tot beantwoording dezer vraag moeten bestaan niet de grondvorm

persoonlijk

God

in

en

is

ons niets dan afschaduwing. Het oorspronkelijk en archety-

bij

pisch persoonlijk bestaan

daar

nu

moeten

God

archetype verschillen,

over

nantie

te

is

God den Heere

in

is

tot het beeld

Ware

ons persoonlijk leven op

van den mensch. Dit brengt ons

zijn

dan

in

arche-

zijn

van

trinitarisch, althans verschillend

dan was het geen persoonlijk bestaan God eenpersoonlijk wezen onmogelijk meer persoonlijk kunnen zijn. Het

in archetypischen zin.

zou, als wij

er

ons,

menschen. het

in

is

het gelijk,

even onmogelijk dat

„persoon"

dat

op,

lette

Personen

En

slechts ectype.

de conclusie, dat het persoonlijk bestaan

tot

het menschelijke wezen.

bij

is

de fout van het Deïsme, dat- de scheppingsordi-

omkeert en God maakt

Men

ons

om

zoo heeft niemand het recht,

typischen vorm niet anders kan

als

bij

:

en ectype elkander nooit dekken, maar altoos principieel

brengen. Dat

voorloopig

reeds

wij allereerst opmerken, dat ons maar dat omgekeerd de grondvorm

is,

God

feitelijk bij

niet denzelfden zin heeft

Onze persoon staat niet gelijk met een van de drie Goddelijk wezen, maar wat op éene lijn staat is Gods drie-

persoonlijk bestaan met ons eenpersoonlijk bestaan. Is

deze

eigenaardige

gelijksoortig, identisch

bestaanswijze

van

het persoonlijke in

Wij hebben hier niet gelijkheid, maar gelijksoortigheid

God de Schepper

is

en

wij

schepselen

hebben van archetype en ectype. Dat gere orde

is

Kunnen

en

bij

wij ons in het

gewone

Ja.

wie

bestaan

persoonlijk

Genestet's

tegenover die

als

Gregorius,

mannen

als

of

te

belijden, overmits

zijn

en wij hier dus de verhouding

in,

dat het archetypische van hoo-

sluit

Daar

leven dat onderscheid van hoogere en lagere

zijn

niet

sommigen onder onze medemenschen,

bij

uitkomt

De

zeggen bijkans waarheid wordt

nu

gelijk

ons een lagere vorm wordt gevonden.

orde ook voorstellen ? het

God

of analoog met ons leven 7

:

en „.

.

.

ingezonken menschen eens een Luther

of Calvijn,

zóo

onbeduidend

Hij

was niemand."

man

heid tusschen hen en die anderen bijna niet uitkomt.

dat

En

stelt

als Jesaja, als Paulus,

dan gevoelt men dadelijk, dat

het persoonlijk bestaan van veel hoogere orde

verschil van hoogere en lagere orde.

is,

is

in

zulke

en de gelijksoortig-

En toch

is

dat

maar een

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 442

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's