Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 408
college-dictaat van een der studenten
LOCUS DE FOEDERE.
14
weet
men
Verraad
en
dan
ten,
instaat.
men over en weer voor
dat
ook,
ontrouw komt onder
die
Beduinen
elkanders
leven
ook bijkans
dan
nooit voor.
Waar nu de
Schrift
spreekt tot menschen, die
zulke verhoudingen
onder
en
zijn
De
met
het
verbond
tegen
een
gemeenschappelijk
en wel
verbond,
:
den
zelf,
grond om
een zich verbinden met heel
tegen
gemeenschappelijkcn
een
gevaar,
te
is,
karakteristieken trek van gesloten te
zijn
maar zoekt een vrucht van
het
vertrouwen op Gods hulp en de vastheid
verbond worden gegeven.
beloften, die ons in het
der
als
verbondsidee, gelijk die onder de geloovigen het meest heerschend
niet
zoekt zijn
verdediging
wederkeerige
voor heel het leven.
vijand,
a.
tot
verbond alzoo opvatten,
't
opgekomen, moet ook de verbondsidee naar
worden verstaan
het toenmalig spraakgebruik
persoon
is
Waaruit wordt nu de
Gods trouw geboren ? Uit het ongeloof. De voorstelling is dan deze Wanneer God Zijn belofte niet nog met eedzwering bezegelde, zou mijn geloof te zwak zijn. Ik zou dan wantrouwen En dat wantrouwen wordt nu schadeloos gemaakt, doordat God koesteren. behoefte aan zulk een nadere bevestiging van :
opzettelijk
met
Zijn eed tusschen beide komt.
man en vrouw. De vrouw wenscht iets De eenvoudige belofte is dan in den regel genoeg. Maar als nu de vrouw reden heeft den man te wantrouwen, dan vraagt ze nog eens zeer bepaald Vent, beloof je 't me nu ? En is het vertrouwen al heel weinig, dan Om dan bij 't scheiden nog eens te herinzegt ze Geef er me de hand op. neren Denk er aan, je hebt er me de hand op gegeven. men
Stelle
zich nu eens voor een
van den man.
:
:
:
Zoo geschiedt
het,
waar
het geloof aan
iemands trouw wankelt.
Daar
is
er
De mensch nu, met zijn kleingeloof, wantrouwt men 't zóó voor, alsof nu God zich schikt naar
behoefte aan nadere bezegeling.
God
gedurig.
En dan
stelt
wantrouwenden aard van het zondige hart, er als 't ware een handslag en er een eed op doet, dat Hij Zijn belofte zal nakomen. Op die manier gaat het verbond dus op in een genadige inschikkelijkheid Gods, om onze zondige natuur te hulp te komen. Doch bij die opvatting wordt er dan ook bijna nooit van het verbond, maar van een belofte gesproken. Dan pleit dien
op geeft
men op Gods blijkt
beloften.
te
hebben.
voor de godsvrucht
en
die belofte dan geen verbondssluiting onderstelt,
wel daaruit, dat men zegt voor zichzelf of voor
belofte
dat,
En dat
waar
het
Maar, heeft,
verbond
gedegradeerd
tot
al
willen
we
allerminst
zijn
kind een particuliere
nu de beteekenis, die
verkleinen,
't
verbond ook
toch moet er op gewezen,
alleen die strekking heeft, het zou
worden verkleind
een anthropomorphistische tegemoetkoming van Gods
zij
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's