Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 283
college-dictaat van een der studenten
§
4.
33
Het wezen der zonde.
—
Peccatum Bucanus: Est ne peccatum aliquid positivum an privativum ? nee tarnen est conditum Deo a subsistens quiddam i. e. positivum non est privatio vitae aut est mors sicut privatio pura et simpliciter nihil nee simplex
—
tenebrae sunt privatio licet
sed est defectus seu destructio
lucis,
reï
positivae vide-
operis et ordinis divini in subjecto.
De Gereformeerden hebben
zich hiervoor beroepen
op Rom. 8
:
7,
waar de
zonde genoemd wordt ^y^^px dq Qiou. "]l%^py. nu is niet alleen een absentie van liefde, maar er is een affirmatief begrip in „wat zich tegenover mij stelt". Het l%^py^ dq &d.u onderstelt dus, dat de mensch kracht heeft om tegen God :
in te
gaan,
God
die
hij
dienen moest.
waar tegenover elkaar geplaatst worden de vruchOnder „vleesch" moet hier verstaan de ten zondig geworden mensch. Aan het de mensch, den in zondige beginselen en een pura privatio kan £>ya toegeschreven wezen der zonde worden dus Vervolgens op Gal. 5 des
:
17
die des geestes.
en
levens
geen epyx voortbrengen.
Hoe moeten
wij dit
nu verstaan ?
Er bestaat onderscheid tusschen of of 't
:
„ik
heb
ik
zeg
:
„ik
heb geen vel op mijn nagel",
mij bezeerd en daardoor een stuk vel van mijn hand gehaald"
laatste niet-hebben-van-vel
Wanneer iemand
is pijnlijk,
dan heeft
sterft,
't
maar wanneer ik carentia vitae maar ook actio
er plaats orbatio vitae;
die orbatio vitae laat staan, ontstaat er niet alleen
want de chemische krachten,
;
eerste niet.
;
die tot nu toe door de organische krachten
wer-
den ten onder gehouden, gaan zich ontwikkelen. Gedurende ons leven zijn ze aan ons organisch leven onderworpen zij zijn slechts ministraal. Sterft de mensch echter dan houdt het organische op te werken; het chemisch leven gaat nu ;
heerschen
;
het gehoorzaamt niet
eigen ubfi:^ volgen
dan
;
is
meer den
vó,ucg
van den
er niet alleen ontstentenis
maar een ïpyov affirmativum van
geest,
van
't
maar gaat
zijn
organisch leven,
chemische leven.
't
echter de analogie voor de affirmatieve werking der zonde nog niet vol-
Zoo is komen gegeven. Wij moeten hebben
het rotten aan levende
lijve.
Is dit,
zooals
bij
vele kankerlijders, aanwezig, dan zien wij dat het chemisch leven zich verzet tegen
den
uc^uoc
van
't
organische leven
;
dit laatste
poogt wel
zijn
macht
te
behouden
maar moet op den duur het onderspit delven, tenzij men het ziekelijke deel afsnijde. Vatten wij deze beelden, dan is het duidelijk, dat de zonde als zoodanig niet ligt in wat de mensch doet, maar in de richting, den stuur, dien het /A: aan den mensch geeft aan wat als levensuiting van hem uitgaat. Wij moeten dus wel onderscheiden tusschen de vires naturae in den mensch en de strekking, die hij aan deze vires
geeft.
Is
nu
heid die vires, die in
in
den mensch een zoodanig
hem
zijn,
den
vó,uo<;
r:'j
ik ingezet, dat hij
£;•:
met bewust-
doet dienen, dan wordt
zijn
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's