Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 480
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Altera.)
46
Ook op het gebied der Heilige De Anabaptisten leerden, dat
c.
stelling.
Schrift openbaart zich diezelfde tegen-
de Bijbel
öf
den hemel was neerge-
uit
gevallen óf dat eenige personen als automaten zaten op te schrijven wat hun
mechanisch, buiten verband met hun persoon werd gedicteerd.
De
Gereformeerden daarentegen hielden ook op
echte
dit
stuk vol, dat de
Woord zich aansloot aan het bestaande, en werd in Zijn opgebouwd uit de bestaande Schepping dat de schrijver niet was automaat, maar aangelegd op het geven van die openbaring, zoodat zij het individu-
Openbaring Gods
;
eele van de openbaring altijd erkenden.
nu de Heilige Schrift
Is
geen
die
heeft
denken
maar
;
is
verband met onze denkwereld en met ons logisch de Gereformeerden staande houden, eene herschep-
organisch verband met het bewustzijn van de schrij-
in
tusschen de Heilige Schrift en onze denkwereld samen-
er
geval
eerste
het
In
de wereld ingedaald, dan
gelijk
zij,
dan bestaat
hang.
in
organisch
ping van ons denken vers,
een „novum quid"
als
mag men
niet logisch uit
de Heilige Schrift con-
cludeeren, in het tweede geval wel.
Op
dien grond nu hebben Guido de Brés en onze Gereformeerde theologen
staande gehouden, dat niet alleen is
wat
hetgeen
er
bevat,
zij
woord voorhouden,
en
in
de Heilige Schrift geboden en geopenbaard
maar ook
instaat,
dat dus de eisch
zal ik
:
hetgeen logisch voortvloeit
al
,,Ge
moet
uit
mij een letterlijk Schrift-
gelooven", dient afgewezen.
menschen, zoo zeiden de Gereformeerden,
Bij
te
zoo
letterlijk
werk gaan. Vaak gebeurt
mag men
het dat in de polemiek
niet
op deze wijze
iemand wordt voorgeworpen
wat ge gezegd hebt", en dat nu mag niet, dat noemt men „konsequenzmacherei" het is niet geoorloofd iemand voor te werpen wat hij niet sprak. Is er iemand bijv. die voor vrije liefde is, dan heeft en
„dit
dat
volgt
logisch uit
;
men
niet het recht
om
te
uw
zeggen
:
„Gij strijdt
voor dat beginsel
om
een
vrij-
maar men mag iemand niet verwijten dat hij dat bedoelt. En dat dit niet mag geschieden, is, omdat de mensch een beperkt wezen is, dat niet altijd nadenkt over wat hij zegt, ja velen zelfs gedachten uitspreken zonder te vermoeden wat daarin zit. brief te erlangen
Bij
den Heere
God
wellust," dit volgt wel logisch,
echter
mag men
wel zoo handelen, omdat
bij
Hem geene
omdat het met de eigenschappen Gods in strijd is, dat Hij niet consequenties doorzag die in Zijne Openbaring inzitten. Daarom hebben
beperktheid alle
voor
is,
onze Gereformeerden Heilige
Schrift
bij
uit
de Goddelijke eigenschappen geconcludeerd
deductie geredeneerd, en
dit
ook toegepast op de
;
uit
de
leer der
Triniteit.
Hebben bespreken,
wij
nu
het
recht
om
zoo
te
handelen verdedigd, thans willen wij
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's