Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 621
college-dictaat van een der studenten
Hoofdstuk schoon
en
die
rijk
worden. Abysc
is
in
den boom heb
de
/.oyoq
stuk
die idee
naast
elkander
die zich daarin
Zeg Rede,
ik
dus
die
al
'o
't
Personen enz.
en hoe
is,
zij
wat
juist uitdrukt
de schilderij heb
bij
;
hebben Aoyo^ en den
in
vogel
ik
in
zit
187
uitgedrukt moet
;
zit
'/.oyoc
die gedachte
de verf en de idee die
ik
in
;
is
het
schilderij.
kan hebben
etc,
dan
als korrels zand,
liggen
mee
er
het bewustzijn. In elke zaak
in ons,
dan de /-y;^ van de
is
ik
De tweede Persoon.
B.
de materie en de gedachte die er
ik
boom,
den
in
drie
dus de rede
van den boom
ligt,
Maar nu kan is
De
lil.
maar
=
Aoyoc. Wanneer
er Aóyj*;
dat niet elementen die daarin
zijn
er
is
éénheid
;
het
is
éen /.iy;c
uit.
Kóyoq,
dan bedoel dat in
redelijke,
ik al
daarmede den kiyoc het bestaande
ligt,
in
absoluten zin, de
zich heeft gegene-
uit
reerd.
Die
heeft nu dit eigenaardige, dat Hij
/.óyc';
én in zichzelf besloten kan
10.
Hij
drukt zich uit
in
blijven,
èn ook naar buiten zich kan uitdrukken.
het geschapene, er
al
is
geen schepsel zonder
/.-^y:-:,
daarom kunnen we zeggen dat er niets zonder Aóyac geschapen is wat bestaat. Er kon niets tot stand gekomen zijn zonder dat er een /.óysg was die dacht, en er kan niets bestaan of er moet gedachte in ingedrukt zijn.
Denken we nu voor een oogenblik eens niet aan den Zone Gods, maar stellen we ons de vraag: Moeten niet alle schepselen eene gedachte uitdrukken ? Ligt niet de denkende Rede ten grondslag aan al het geschapene ? Heet die denkende Rede niet : Aoy^q? dan is de verklaring 'Kv y.py^?, h b /.byoc en y^plq xLtoü ïy'vjiTo clSè niet anders
Maar
h
yiysuzu op zichzelf zóo duidelijk, dat wij het ons
's
zouden kunnen voorstellen.
die /.óy:q
moet ook een
dan spreekt het van
zelf,
zetel hebben, en
dat die
we
terug tot dien zetel,
dat de absolute volheid der gedachte slechts in
kan resideeren, en resideert die eenmaal verschijnsel,
gaan
/.'-y:q,
God, dan komen we op
in
behalve dat Hij zich uitdrukt
ook uitspreken kan, en waar
Hij
zich uitspreekt,
is
in
dit
God
tweede
de ktItuxtx, zich
derhalve overgang van de
daarom lezen we ook in Joh. 1 van „het Woord". Is het woord goed, dan moet de gedachte het woord geen oogenblik loslaten, dan is het woord slechts product van de gedachte en bestaat er tusschen woord en gedachte een generatieve band de gedachte is dan de vader van
gedachte
in
het woord,
;
het
woord, en
het
woord
is
het kind van de gedachte
;
en nu die analogie,
woord en gedachte één zijn en het eene door het andere gegenereerd is, geeft weer een van die prachtige analogieën waardoor de Heere ons duidelijk dat
maakt, welke de verhouding
tegenover het subiect
Nu hebben
in
is
waarin Hij het subiect
in
God den Vader
stelt
God den Zoon.
wij, aphoristische schepselen,
nooit éen
woord waarin onze ge-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's