Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 621

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 621

college-dictaat van een der studenten

3 minuten leestijd

Hoofdstuk schoon

en

die

rijk

worden. Abysc

is

in

den boom heb

de

/.oyoq

stuk

die idee

naast

elkander

die zich daarin

Zeg Rede,

ik

dus

die

al

'o

't

Personen enz.

en hoe

is,

zij

wat

juist uitdrukt

de schilderij heb

bij

;

hebben Aoyo^ en den

in

vogel

ik

in

zit

187

uitgedrukt moet

;

zit

'/.oyoc

die gedachte

de verf en de idee die

ik

in

;

is

het

schilderij.

kan hebben

etc,

dan

als korrels zand,

liggen

mee

er

het bewustzijn. In elke zaak

in ons,

dan de /-y;^ van de

is

ik

De tweede Persoon.

B.

de materie en de gedachte die er

ik

boom,

den

in

drie

dus de rede

van den boom

ligt,

Maar nu kan is

De

lil.

maar

=

Aoyoc. Wanneer

er Aóyj*;

dat niet elementen die daarin

zijn

er

is

éénheid

;

het

is

éen /.iy;c

uit.

Kóyoq,

dan bedoel dat in

redelijke,

ik al

daarmede den kiyoc het bestaande

ligt,

in

absoluten zin, de

zich heeft gegene-

uit

reerd.

Die

heeft nu dit eigenaardige, dat Hij

/.óyc';

én in zichzelf besloten kan

10.

Hij

drukt zich uit

in

blijven,

èn ook naar buiten zich kan uitdrukken.

het geschapene, er

al

is

geen schepsel zonder

/.-^y:-:,

daarom kunnen we zeggen dat er niets zonder Aóyac geschapen is wat bestaat. Er kon niets tot stand gekomen zijn zonder dat er een /.óysg was die dacht, en er kan niets bestaan of er moet gedachte in ingedrukt zijn.

Denken we nu voor een oogenblik eens niet aan den Zone Gods, maar stellen we ons de vraag: Moeten niet alle schepselen eene gedachte uitdrukken ? Ligt niet de denkende Rede ten grondslag aan al het geschapene ? Heet die denkende Rede niet : Aoy^q? dan is de verklaring 'Kv y.py^?, h b /.byoc en y^plq xLtoü ïy'vjiTo clSè niet anders

Maar

h

yiysuzu op zichzelf zóo duidelijk, dat wij het ons

's

zouden kunnen voorstellen.

die /.óy:q

moet ook een

dan spreekt het van

zelf,

zetel hebben, en

dat die

we

terug tot dien zetel,

dat de absolute volheid der gedachte slechts in

kan resideeren, en resideert die eenmaal verschijnsel,

gaan

/.'-y:q,

God, dan komen we op

in

behalve dat Hij zich uitdrukt

ook uitspreken kan, en waar

Hij

zich uitspreekt,

is

in

dit

God

tweede

de ktItuxtx, zich

derhalve overgang van de

daarom lezen we ook in Joh. 1 van „het Woord". Is het woord goed, dan moet de gedachte het woord geen oogenblik loslaten, dan is het woord slechts product van de gedachte en bestaat er tusschen woord en gedachte een generatieve band de gedachte is dan de vader van

gedachte

in

het woord,

;

het

woord, en

het

woord

is

het kind van de gedachte

;

en nu die analogie,

woord en gedachte één zijn en het eene door het andere gegenereerd is, geeft weer een van die prachtige analogieën waardoor de Heere ons duidelijk dat

maakt, welke de verhouding

tegenover het subiect

Nu hebben

in

is

waarin Hij het subiect

in

God den Vader

stelt

God den Zoon.

wij, aphoristische schepselen,

nooit éen

woord waarin onze ge-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 621

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's