Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 891
college-dictaat van een der studenten
Caput
sacerdos
latijnsche
den
van
sacerdos,
het grieksche
onwaardig
dat
De munere
6.
Dit nu
ispeCg.
om
zijn
75
sacerdotali.
het eigenlijke karakter
is
omdat
priester,
wij on-
het heihge te bedienen en in dien zin
moet
ewarto worden opgevat. Het ware daarom zeer te wenwoord „priester" in zijn oorspronkelijken zin hersteld werd. gevormd door de Hervormers, dan zouden onze ouderlingen
het taal
priesters heeten
de pastoors Ewarten.
;
Oude Testament?
het nu in het
is
§
en
itpióg
Ware onze Hoe
en
Officiis.
Zoo heet Christus nu nog onze
priester.
machtig en
schen,
De Mediatoris
V.
Het woord dat daar gebruikt wordt
Over de beteekenis en de afleiding daarvan is veel gehasTegenwoordig staat het tamelijk wel vast onder Etymologen, dat het komt van den stam |?, die twee verbreedingen onderging voor sacerdos
is
|nii.
peld, vooral sinds Coccejus.
en
p3
in
nl.
pD;
in
ook de stam
gelijk
=
i>D
kunnen
in
^t\2
en
van-
^13,
waar nu nog ^'y. Die vorm ^riD komt in onze codices voor Dan. 2 26, waar in de Arameesche tekst voor „kunnen" ^jhd gebruikt wordt. De etymo:
logie
van jn? staat vooral vast doorhet Arabisch en Syrisch, waarin de woorden
„kahana" en „kehon" (van de denzelfden stam p) tamelijk veel gebruikt worden. Maar nu zijn wij er nog niet. p is stare en „kahana" in het Arabisch
—
administrare
meende,
„kehon"
;
dat
Arameesch beteekent apparatus
— is
Coccejus afkomstig was van het Arabische ngana -- appropinquare
het
in
't
(terwijl
;
maar de verwisseling van V~ en :D-klank kan niet aanvaard). stare coram. Een koning heeft nl. tweeërlei soort personen :
coram.
stant
raadpleegt
adjudanten
;
Adlatus qui
of
te
daarom
heeten
coram,
zijn
kamerheeren van
om hem
staan
stant
degenen, door wie
een
D"':niD;
ps tot
is
hij
't
|n3
dus iemand, die
den troon
't
bij
bij
hij
zijn
den koning
een koning hebben en
recht heeft het paleis des
naderen en daar staande
te
is
en qui
bediend wordt,
Die personen nu, die
dienst.
bedienen, zijn degenen, die
konings binnen te gaan en
adlati
sedet ad dextram, de grootvizier met wien
qui
is
Dit stare
's
konings
bevelen af te wachten.
Vandaar dat de Septuagint iemand,
pb meermalen
stukken, die wij overhebben, toonen dat
bedienden
David stonden, coll.
I
Kon. 4
;
vandaar heetten D^jns èn
cf. :
Il
Sam. 8
Overal
4.
Zadok en Abjathar voor eigenlijk beteekent
:
bij
:
;
terwijl
z.
ook de Hebreeuwsche
ook gebruikt wordt van beambwaren twee paleizen, elk met zijn
D'^Jns
ten van het paleis des konings. In Jeruzalem
eigen
vertaald door xlAxpy^M, d. w.
was over de hofbeambten
die gesteld
zij,
die voor
God
èn
zij,
die voor
16en 17 en II Sam. 20: 20 de opsomming van David's hofbeambten komen 17 en 18
als .D^jni),
cf.
I
Kron. 18
:
wat vertaald wordt door
beambten aan Davids
hof.
D'':in3
is
hier
:
„priesters"
maar
adstantes palatio
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's