Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 365
college-dictaat van een der studenten
§
De Dood.
7.
115
Bedoelt het de overschrijding van den tempus absolutum, dan
het
is
id,
quod
de eeuwigheid. omne tempus excedit, d. van een verderf dat yJ/s>^M.o^ is, is er dan een temspreekt dus Christus Wanneer pus relative sumptum aanwijsbaar, die dit verderf onverschrijdt ? Zoo ja, dan hebben de mannen van de conditioneele onsterfehjl<heid geHjk. Maar wijl ze dit i.
kunnen aanwijzen,
niet
sprake
beteeken eeuwig,
(Om van is
in
dat hier van niets anders xK^woc; aldaar
moet
den zin van oneindig. te
oi.lh)VLcg.)
t,'o)/7
derde argument beroepen
In het
vanzelf,
het
voorkomen, moeten wij ook nog eene andere beteekenis aangeven, nl. quod ab omni temporis ratione exemptum est. Dat
misverstand
(xl(^vtoq
de
spreekt
daar
van den tempus absolute sumptum, en dat
dan
is
zich daarop, dat de
zij
woorden
ycroAAvo-S-z;,
steeds in zoodanig verband gebruikt worden, dat dit niet be-
enz.
(p^ilpia-Srxi
maar verderven en vernietigen. onnoozel argument, dat hunner onwaardig is, want ga
duidt een veranderen van toestand,
Een
leuk,
classici het begrip
daaruit
begrip
't
meenden,
Nu
alles
onderzoeken, dan
'/.ttoaa-jo-^xi
verging; dat, als
het zeer natuurlijk, dat als
is
Hoe komt
te halen.
men een
dan asch overbleef; wij weten
niets
er
dat
van
„annihilation"
is
ik bij
de
het zeker niet moeilijk
dit?
blok hout
Omdat de in
classici
het vuur gooide,
beter, dat het hout nooit vergaat, dat
men
die
woorden aanhaalt
uit
schrijvers,
geen begrip van stofwisseling hadden, het dan gemakkelijk is aan te toonen, dat zij van de dingen, die L7rbX?cjvTXL, een voorstelling hadden, als werden die
Maar neemt
ze totaal vernietigd. nooit
b.v.
iets
verloren
6
wel
vierde beroepen
39,
:
bij
40, 44,
47;
verbranding
hun atomen ontbonden worden ?
in
dus zegt, dat de goddeloozen zullen „omkomen," moeten
onze Dogmatiek nemen ?
Ten
weg, dat
de onware natuurkundige voorstellingen der heidenen
daar
wij
Schrift
feit
gaat en er alleen een chemisch proces plaats vindt,
waardoor hout, steenkool enz.
Waar de
daarom het
dit
I
zij
Ook
dit
argument
is
zich op uitspraken van de Schrift als Joh. 5
Cor. 15
:
23;
I
Thess. 4
:
14:
I
Joh. 2
:
:
21,
17 enz.,
24;
waar
is van een opwekking der geloovigen maar niet van de ongelooDus een argumentum e silentio, waarbij men aldus redeneert wie den van God doet, blijft in der eeuwigheid atqui ergo wie Gods wil niet doet,
sprake
vigen.
wil
van
tot basis
hiermede afgedaan.
blijft
:
;
niet in der eeuwigheid.
Het
is
een reeks van plaatsen, die alleen van de
opstanding der geloovigen spreken en daaruit concludeert Ds. Jonker
c. s.
dan,
dat er geen opstanding der ongeloovigen bestaat.
Maar deze Immers
in
conclusie pleit niet sterk voor de logische denkracht dezer heeren.
de logica geldt de regel
:
„E
silentio nil
probandum." Maar bovendien,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's