Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 443

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 443

college-dictaat van een der studenten

2 minuten leestijd

Hoofdstuk Zoo hebben

Het Dogma de Sancta Trinitate.

I.

ook het zeggen

wij

diging

opwekt.

kunnen

Zelfs

wedergeborene,

God

wien

in

„Hij heeft

:

twee personen" eenerzijds

maar anderzijds een

er een ik te leven, dat edel doet,

wij

zondig

zijn

en

ik

schijnt

dat de verontwaarin

den

wekte, gedurig de tweeheid Zijn beter ik staat telkens

wordt gevonden van een hooger en lager bestaan. tegenover

ik,

op zekere hoogte zeggen, dat

tot

nieuwe leven

het

9

veroordeelt dat gedurig als persoonlijk bestaan

van lagere orde.

Reeds

gewone

het

in

bestaan,

lijk

dat

den wedergeborene ons het besef,

als

zelfs

God

in

En daaruit

van eene dubbele natuur.

dat, heffen wij

bestaan

persoonlijk

leven hebben wij dus de voorstelling van een persoon-

de eene maal hooger en de andere maal lager ons

staat, ja, bij

ontstaat voor

ons pover menschelijk leven op, wij het

uit

heel anders dan

ons moeten vinden, namelijk

bij

van eene veel hoogere orde.

Hier

zij

een korte egressie veroorloofd.

Men neemt dingen.

men

in

eene

gemeenlijk

Men

de

de

die

Heilige

Schrift

opzij

heeft

geworpen,

voorstelling aan dan wij omtrent den oorsprong der

hangt daar namelijk aan de evolutie- en Descendenztheorie, waarbij

kennis

zijne

wereld,

andere

aan

ontleent

onze wetenschap aan de Heilige

Darwin en andere

En

Schrift.

het

Wij ontleenen

schrijvers.

is

voor ons van aanbelang,

onze positie als belijders dier Schrift tegenover het Darwinisme helder

De bewering van

het

Darwinisme

door de geloovige Christenheid

is

schillende wezenssoorten, niet bestaan. lute

grens

tusschen

door ons over

en

dier

deze, dat de grenzen,

als absoluut

Er

is

die tot dusverre

waren erkend, tusschen de vervolgens den Christen eene abso-

mensch, welke grens der wezenssoorten voorts

creatuur wordt uitgebreid.

alle

Neen, zegt de Darwinist, die

grens heeft wel een betrekkelijk, maar geen absoluut recht; er

maar dat

heeft

eenerzijds

planten,

eenigermate

zich

is

wel verschil,

langzamerhand ontwikkeld door overgangen.

die

een

in te zien.

zekere

losheid

van

den

Er

zijn

bodem vertoonen en

schijnen te bewegen, en anderzijds dieren, lagere diersoorten, die

veelszins op planten geleken en bijkans zonder eenige

beweging waren. Insge-

vond men overgangen op de grens van het organische en anorganische rijk. En zoo kwam men er toe, om op de grens tusschen menschen en dieren te zoeken naar tusschenvormen, welke men in de fossiliën nu meent gevonden Daar waren althans eenige indices voor, en nu [beweerde men ook te hebben. lijks

stoutweg, dat de overgang

was gevonden.

Deze kwestie wordt natuurlijk uitvoerig behandeld in den locus de creatione. Maar hier wil ik er alleen dit van zeggen Scheidt de feiten af van de daarop gebouwde beschouwingen en conclusies. Die feiten zullen wij niet verdonkere:

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 443

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's