Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 443
college-dictaat van een der studenten
Hoofdstuk Zoo hebben
Het Dogma de Sancta Trinitate.
I.
ook het zeggen
wij
diging
opwekt.
kunnen
Zelfs
wedergeborene,
God
wien
in
„Hij heeft
:
twee personen" eenerzijds
maar anderzijds een
er een ik te leven, dat edel doet,
wij
zondig
zijn
en
ik
schijnt
dat de verontwaarin
den
wekte, gedurig de tweeheid Zijn beter ik staat telkens
wordt gevonden van een hooger en lager bestaan. tegenover
ik,
op zekere hoogte zeggen, dat
tot
nieuwe leven
het
9
veroordeelt dat gedurig als persoonlijk bestaan
van lagere orde.
Reeds
gewone
het
in
bestaan,
lijk
dat
den wedergeborene ons het besef,
als
zelfs
God
in
En daaruit
van eene dubbele natuur.
dat, heffen wij
bestaan
persoonlijk
leven hebben wij dus de voorstelling van een persoon-
de eene maal hooger en de andere maal lager ons
staat, ja, bij
ontstaat voor
ons pover menschelijk leven op, wij het
uit
heel anders dan
ons moeten vinden, namelijk
bij
van eene veel hoogere orde.
Hier
zij
een korte egressie veroorloofd.
Men neemt dingen.
men
in
eene
gemeenlijk
Men
de
de
die
Heilige
Schrift
opzij
heeft
geworpen,
voorstelling aan dan wij omtrent den oorsprong der
hangt daar namelijk aan de evolutie- en Descendenztheorie, waarbij
kennis
zijne
wereld,
andere
aan
ontleent
onze wetenschap aan de Heilige
Darwin en andere
En
Schrift.
het
Wij ontleenen
schrijvers.
is
voor ons van aanbelang,
onze positie als belijders dier Schrift tegenover het Darwinisme helder
De bewering van
het
Darwinisme
door de geloovige Christenheid
is
schillende wezenssoorten, niet bestaan. lute
grens
tusschen
door ons over
en
dier
deze, dat de grenzen,
als absoluut
Er
is
die tot dusverre
waren erkend, tusschen de vervolgens den Christen eene abso-
mensch, welke grens der wezenssoorten voorts
creatuur wordt uitgebreid.
alle
Neen, zegt de Darwinist, die
grens heeft wel een betrekkelijk, maar geen absoluut recht; er
maar dat
heeft
eenerzijds
planten,
eenigermate
zich
is
wel verschil,
langzamerhand ontwikkeld door overgangen.
die
een
in te zien.
zekere
losheid
van
den
Er
zijn
bodem vertoonen en
schijnen te bewegen, en anderzijds dieren, lagere diersoorten, die
veelszins op planten geleken en bijkans zonder eenige
beweging waren. Insge-
vond men overgangen op de grens van het organische en anorganische rijk. En zoo kwam men er toe, om op de grens tusschen menschen en dieren te zoeken naar tusschenvormen, welke men in de fossiliën nu meent gevonden Daar waren althans eenige indices voor, en nu [beweerde men ook te hebben. lijks
stoutweg, dat de overgang
was gevonden.
Deze kwestie wordt natuurlijk uitvoerig behandeld in den locus de creatione. Maar hier wil ik er alleen dit van zeggen Scheidt de feiten af van de daarop gebouwde beschouwingen en conclusies. Die feiten zullen wij niet verdonkere:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's