Dictaten dogmatiek. Locus de Sacra Scriptura, Creatione, Creaturis - pagina 631
college-dictaat van een der studenten
§
men
zou
kennen,
met
mag
Plantae
4.
et
eigen persoon
zijn
33
Animalia.
wezen van
het
in
moeten
het dier
want door in zijn leven het leven van de dieren te mensch zich. De H. S. leert ons twee geoorloofde wegen, waardoor de mensch in het dier kan ingaan. ingaan
en dat
;
naderen,
niet,
de
verdierHji<t
a.
door gerechtigheid volgens Spr. 12
b.
door de consociatio
Het
deze
van
't
op den
zijn
leven
mee.
eene
actio
te
er
kan afdoen
alles
komt dus
maar
nabootsen,
door
De
de
het
als
Al
enz.
ware een deel
mensch
de
noodig
dier
paard 't
derhalve op deze
ontstaat
waarin
is,
van
hulp
leven
consociatio
volbrengen
wezens
de
gelijk
sympathie,
heeft.
alleen niet
Consociatio
ons
die
zijn,
de dierenwereld brengen
in
gelijk
de duivel
God
;
wil nabootsen.
wil ons niet dienen,
hij
Consociatio geschiedt
een paard of hond kan sterven op het graf van
bijv.
meester.
zijn
De mensch
5.
heeft
een
maar
dit is exceptie,
Die
dier
"iDtr.
De
geen
van
verzorging
mensch
gekregen
last
soms ook
heeft
het
jachthond,
aap ontbreekt sympathie voor den mensch
den
bij
kameel,
den weg der Darwinisten, volgens welke de chimpansé's
niet langs
oerang-oetangs
en
dus
en
den
in
dit
mensch aangelegd en
menschelijk dat
wijze,
men
voelt
sterkst
dieren
10.
:
met de huisdieren.
in vita
een
om
instinctief
dier en plant te verzorgen.
om
iets
een mensch
regel.
en
plant
dier
nog een
is
klein
overblijfsel
moet door inenting de wilde boomen
etc.
edelen
der
de
In
rassen
moet
dierenwereld
moet
;
helpend
hij
hij
van
vrucht-
tot
boomen maken; de overbodige takken snoeien; de perzikboomen dekken
Wel
verzorgen,
te
's
winters
zorgen voor het kruisen en ver-
optreden
als
er
ziekte
door de
is
veeartsenijkunde.
Maar behalve a.
dat
Ex. 20 b.
:
het
dit alles leert
dier
„dat
S.
nog in
den Sabbat van den mensch
10.
dat in het Sabbatsjaar alles wat op het land groeide moest blijven voor
de dieren Ex. 23 c.
de H.
moet worden opgetrokken
dat zult
dieren gij
in
11
:
;
Lev. 25
4, 7.
:
niet
gecastreerd
uw
land
niet
mogen worden
doen",
slaan
Lev, 22
niet
:
op het
24.
De woorden
offeren,
maar op
het niD. d.
dat
verboden was,
het
dieren en menschen Lev. 19
:
vermengen van ongelijksoortige dieren en van 19.
Een muilezel was dus
bij
Israël
een onge-
oorloofd dier. e.
dat
verboden
was een dorschenden os
te
muilbanden
cf.
Deut. 25
:
4.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 776 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 776 Pagina's