Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 225
college-dictaat van een der studenten
§ van de
y.p'j(pr,
en
ware
letterlijk
genomen,
'ipyx
de
t%
De nominibus
6.
y.Kxpyrx Tz~j TKÓTo-jc.
Dei.
207
En nu wordt
de natuurkundigen van het
definitie, die
in
vers 13 als het
licht
geven, over-
natuurlijk in geestelijken zin.
wat
[Uit
vers 14 volgt,
is duidelijk, dat men bij het prediken over dezen handelen van de vreugde, die ons gewordt, als het licht van Christus (wat dan natuurlijk zou bedoelen de door Hem verworven zaligheid) over ons hart opgaat, maar dit aan de gemeente heeft te verkondigen Als Christus zijn licht over ons doet opgaan, daar wij van onszelven
tekst
in
niet
heeft
te
:
duister
dan wordt ons onze zonde ontdekt, en daarnaast ook wat God de Hcere genadig bestel tot wegncming van die zonde heeft gewrocht.]
zijn,
in zijn
Deze
volken
der
gedachte wordt op andere wijze uitgedrukt in Luk. 2: 32: ^o,.ï^uw^ namelijk om weg te nemen het y.y:A-jfjiix.x, dat op het oog
zelfde
y.TryKk'Avi^vj
c'V
gekend.
Waar
ligt.
Het
fw
een
>ca/.v,a,ax
neemt dat
Y.k7.'jpi^x
over
ligt, dat is bedekt en word dus niet weg, zoodat de zaak „ont-dekt" en daarmee
kenbaar wordt. In
gelijken
y.u^pt^TTou,
zin zegt Joh.
1
9 van het ^wc
:
die anders natuurlijk zv
leven in zichzelven èn het leven
De in
en de
(px-Aprjicrtc
de
Heilige
en
effect
de
en
'P'siTt^iiy
om hem
aA-^S-^i/óv,
zou
zijn,
dat het
zoodat
hij
^'.^ri^v.
Try.yrx
ontdekt én het
heen.
de twee hoofdvormen, waarin de openbaring voorkomt, v/orden dan ook altijd voorgesteld als het
c^.7roy.y/A'j[ic,
Schrift
werking van
den
rf; a-Korix
(puincrpLóc
licht. Vandaar dan ook het begrip van het genadegave van den Heiligen Geest aan Gods zich hier voor misverstand Dat wil toch niet
het als
Toch wachte men aan Gods kinderen zekere waarheden of kundigheden worden medegedeeld; neen, maar de ccojr^(7,aiu' is innerlijk wat de <pxvip<^m^ uitwendig kinderen.
!
zeggen,
is.
De
dat
(pxvïp'jim^
Het
tief.
gelijk
en
men
drukt
dus wel
het
waarneming van
in
de dingen obiectief aan ons voor de ons menschelijk bewustzijn aan, dus subiec-
er
in
xto-kx?:j'\)(c
brengt het rechte
(p'^T'.tTfx.bc
<pCi^
dat
uit,
heeft
stellen
;
den geloovige wel een „redelicht" was,
genoemd, maar dat
alleen verlicht was voor de doch gesloten voor den dieperen dat wordt nu van zijn KxX'jpLfxx ontdaan, ontdekt.
natuurlijke dingen,
allerlei
grond der geestelijke zaken
;
Thans komen we toe aan de vraag, of, naardien het ^"0^ moet opgevat den zin van zelfbewustzijn, hiermee dan de ethische beteekenenis is uitgesloten. Er is toch een algemeen besef, dat, als er gesproken wordt van God /?.
in
als
een
Licht,
zulks
ook
gelijk bijvoorbeeld in het
;doelt
op de heiligheid Gods, dus
bekende Gezang
83,
„Bede
om
„God, enkel Licht,
Voor wiens gezicht Niets zuiver wordt bevonden" enz.
in
ethischen
zin,
geloof en heiligheid":
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's