Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 629
college-dictaat van een der studenten
:
:
Caput
:
De Mediatoris Persona.
III.
§
De
2.
praeëxistentie
maar aangekondigd, maar afgebeeld maar getoond, opdat, wanneer Hij gekomen zou zijn, men
gekend wordt
niet
;
niet
;
in
81
etc.
maar beloofd,
Hem
den beloofde
en aangekondigde erkennen zou.
Omtrent dat
beeld
nu,
geteekend op het voorhangsel van het Heilige der
de ceremoniën en utensiliën van Tabernakel en Tempel,
Heilige, in
sonen en typen, Jezus weer
de geheele verschijning van het volk
ja in
„de persoon van dat beeld ben
:
Heden
Ik.
de per-
in
de Heere
Israël zegt
deze Schrift
is
uwe
in
ooren vervuld."
Resumeerende krijgen
wij dus deze drie
dat Jezus verklaarde
duizend jaar geleden bestond mijn subject.
ten
/«'«
ten
2'^^
dat mysterieuse subject, dat in heel het O. T. handelend optreedt, ben
Ik.
ten
3'^^
dat ideale beeld, dat als redder van alle ellende u
Ik.
:
is
geteekend, ben
En nu gaat dat subject in de uitspraken van den Christus zoover terug, dat hij komt achter den val yrpo y.xrxfio'Axg tcü kóct/xov, tot in de eeuwigheid Si^xa-óy
TTXpk
TTxpx
7ry.TS.pj
<tC,
fii
(xixuTh^
r?,
Soi^r,,
Trpb
eiyjiv
yj
toü tsv kóctjusv
En
Want dan
lijn.
de praeëxistentie opvatten, komen wij op de
als wij in dien zin
alleen
goede
spreken wij niet meer van een praeëxistentie van Jezus,
van den Zoon van God, maar van een praeëxistentie van het subject
of
Daarom dat
srjxi
(TSI.
is
gemeente
heeft de
altijd
de meest geschikte naam
in Jezus.
gesproken van een voorbestaan des Heeren;
om
aan
wat door
te duiden,
alles
heen loopt.
Later wij thans de plaatsen uit de H. S. hiervoor nagaan ten
/s'^
O.
het
vraag
Joh. 8
Hier
58.
:
van de Joden
woordt Jezus:
is
sprake van de mysterieuse verschijning onder
was en op de
Jezus verklaart, dat Hij die verschijning
V. (vers 56).
Tivrr^Ksyrx
:
„'A,a/,i/
Aeyw
aa/,v
surrui
ïrr,
óixlu,
'^yj-^^
Hph
'A/^pxxju, ï6)pxy.xc
y-'^'-
'A/3pxx/x
yevicrS-xc,
ant-
;
iyd
S(jU(."
Hieruit blijkt
dat
a. a,a/,v,
makkelijk
ware
in
sprake
misplaatst ingaat,
;
dit
van
is
wordt
een figuurlijken gebruikt
juist
door aplomb zekerheid
te
het subject wel hetzelfde
bestaanswijze
betreft.
Er
is
staat
de historische continuïteit, maar het boven den
dus eeuwig.
tijd,
gebruik van het praesens.
geen
want dan ware het
zin,
wat
iets,
geven en
er niet
zoo ge-
het bewustzijn als
in
wat het wezen aangaat, maar
niet in
tijd
de wezenseenheid
't
:
fieri
of factum.
in
is
eene modaliteit, die
geen
in
het
tijd
tijden,
Het Grieksche
gebrekkige wijze, wat de Heere Jezus
zegd had
ligt
staan
ïyiv'zyLr^j
de ;
Het Hebreeuwsch verklaart
Grieksch
Het Hebreeuwsch kent geen
was.
bestaanswijzen
In
du'.
niet
yiywjx, maar dixl
kyivbixTiv of
het op de historische verschijning, dan zou er is
om
't
te dringen.
dat
b.
de
in
geen
hier
.7./Lc>,u
om
maar
aan
identiteit.
nu er dit
Zag
du.\ staat,
zonderling
te duiden,
wat
alleen modaliteiten,
vertolkt dus slechts
Arameesch
wat Niet
tot zijne
alle tijdsbegrip abstraheerde.
op een
hoorders ge-
YJfJu
moet
hier
het eeuwige uitdrukken. ten
2^^ Joh.
17
:
5
en 24.
Hierin wordt uitgesproken, dat Jezus zich be-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's