Dictaten dogmatiek. Locus de Magistratu, Consummatione Saeculi - pagina 175
college-dictaat van een der studenten
§
We
drang en besef van
God
heeft
stelt
zelf als
om
op God heeft
leeft
:
dat :
God zoo niet De Heere
4.)
ook den goddelooze
ja
God doen mag, omdat
dit
Hij
ons een
in
begrip van liefde
de groote egoïst (Spreuken 16
zijns zelfs wil
tot
den dag
archetypisch begrip
God
dan vervalsch*
is,
Zoo zijn ook de praatjes daardoor ontstaan, doordat men het ectypische begrip va overgeplant. Onderscheidt men evenwel een archetypisch begrip van liefde.
ectypisch
het
bloedtheologie alleen liefde
stuit
Zich
innemen, wat
zelfliefde
voelbaar maken. Ectypisch
nu een mensch het standpunt van
Wil
daardoor
hij
dit
Wanneer men nu dat ectypische men, want men gevoelt eenvoudig,
gewrocht
alles
kwaads.
we
zullen
streng vol te houden,
opleggen.
liefde.
op God overbrengt, liefheeft.
van
147
archetypische in God zoo ectypische als maatstaf aan God
nooit het
Met één voorbeeld
des
het souverein gezag.
hebben dus het
we
dat
Van
5.
en een ectypisch begrip van
liefde,
dan vervalt
alle strijd.
Ditzelfde geldt
ook
de vrijmachtige souvereiniteit Gods.
bij
de souvereiniteit, die
Bij
II.
God
uitoefent,
scheiden tusschen verschillende sferen van Voorts
we
merken
we
neer
14
Jes.
dan het begrip van souvereiniteit
is
24 opslaan, dan
:
uit zich
in
God.
Wan-
daar een krasse en scherpe daad
van souvereiniteit, een souvereiniteit, die hier uitgesproken wordt, zin
onder-
die sfeer, waarin wij van de souvereiniteit eens
dat
op,
konings spreken, veel enger
is te
souvereiniteit.
niet in
den
van wat wij oorspronkelijk regiment van den vorst noemen, maar eene souover de geschiedenis, over de ontwikkeling van den loop
vereiniteit, die gaat
Wat ook de menschen
en de lotgevallen der natiën. besluiten
stroom
en
bepalen,
en
ruische
wat
er
het
bruise,
ook woele en
in
giste en
eindresultaat zal
eene natie overdenken,
hoe ook de volkeren-
beantwoorden aan wat God
gedacht, beraadslaagd en bepaald heeft.
Dan. 4
In
der
:
34,
35 staat eene betuiging van Nebukadnezar, buiten het leven
genade omgaande, die ons de souvereiniteit Gods
spraak voorlegt. vereiniteit in.
In
de laatste woorden
„Wat doet
Gij ?"
hoogere wet onderworpen In Spreuk.
16
:
1
—4
ligt
zit
in
een imposante
uit-
het volle en rijke begrip van sou-
kan men alleen zeggen aan iemand, die aan een
is.
dezelfde fundeering.
Hier
is
sprake van souvereiniteit
met terugblik op de existentie en den loop der dingen, en
niet
van uitwendig
opgelegd gezag van regiment van koningen of vorsten. Cap.
In
hier
21
:
1
hetzelfde.
Al wordt er van een' koning gesproken, toch
geen sprake van regiment, maar van de almachtige en
souvereiniteit Gods, die alles beheerscht en in Zijne Jer.
10
:
23.
alles
is
doordringende
hand houdt.
Hier, dat de alles doordringende souvereiniteit
Gods
geen betrekking heeft op de uitoefening van souvereiniteit op aarde.
volstrekt
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's