Dictaten dogmatiek. Locus de Magistratu, Consummatione Saeculi - pagina 194
college-dictaat van een der studenten
LOCUS DE MAGISTRATU.
166
De
volkomen overheid. de oplossing
steeds;
de overheid
en
overheid
is
van
zelferkenning
voortvloeit,
die
den
Zoo wordt
opricht.
beginselen zijn aanwezig, maar ze ontwikkelen zich
eindelijk, dat alles geïdentifieerd wordt,
is
mensch,
de onderdaan
dan alleen
in de wordt geboren, waar de mensch het is
Gods,
ligt
het slechts een bewuste daad,
maar
uit
Zijn bewustzijn.
In
God God geworden in den kop van Hegel was God zich bewust, God was en de Overhoogheid bezat. Bij Hegel is overheid gelijk aan ;
onderdaan, evenals Er
het
de substantie
uit
Hegel was dat Hij
en
gezag vernietigd en
alle
niet
Het gezag
onderdaan.
is
blijft
hij
dat wit zwart
leert,
dus niets over, dan dat gezag zich
op de erkenning van den mensch
is
in
en licht duisternis.
den mensch
Werkelijk
zelf.
dus
is
zelf opricht,
rustende
gezag door het
alle
Pantheïsme vernietigd. Het Pantheïsme heeft daarvoor absoluten
men
Vraagt
maar ook
staat,"
in
de plaats zoeken
geeft
dit
niets
Pantheïst „waar
toch den
is
en
te stellen
„den mystieken
komt op hetzelfde
het
dan die staat?" dan
neer.
luidt het ant-
woord, dat men dat aan de philosophie moet vragen. Dat weet Hegel. Altoos moeten we dus hierop letten, dat die persoon in wien de werdende Gott zich bewust is, zich het meest ontwikkeld heeft, de eigenlijke persoon is, van
wien
gezag
alle
philosophische
Noch met
waar
dit
De
het
Deïsme,
noch
uitoefening van het gezag
die
die
belijdenis,
(tegenover
het
zegt,
Pantheïsme)
twee elkaar vreemde sferen in die
Het
met het Pantheïsme
is
iets te
vorderen.
;
is
alleen te vinden volgens de Theïstische
en de wereld niet één, maar twee
en
ten
andere
naast
elkander
dat niet de wereld en
en
lijn
God
God
zijn
als
maar dat God immanent
staan,
wereld werkt, (tegenover het Deïsme), is
de belijdenis der transcendentie tegenover het Pantheïsme, en der imma-
poneert.
niet in
God want
Theïsme zich
in
Hij
is
laat
een andere dan de wereld
de wereld niet aan zich
;
God immanent tegenover
zelf over,
ze van oogenblik tot oogenblik met Goddelijke kracht. eerst sprake
ons menschelijk bewust-
transcendent tegenover het Pantheïsme, want Hij verzinkt
de wereld, maar
het Deïsme,
Hem
dus
dat
nentie tegenover het Deïsme, waardoor het zijn
aldus erkend wordt, bloeien zulke
Het Theïsme.
C.
bij
Alleen,
uit gaat.
stelsels.
Op
maar doordringt
dit
standpunt
is
er
van overhoogheid van den transcendenten God en van een door
geschapen kosmos als Zijn onderdaan. Volgt dit uit de transcendentie, Gods immanentie volgt, dat hij machtig is ook rechtstreeks, zonder middelen zijn gezag, macht en autoriteit in de wereld te handhaven. Denken we dan alle menschelijke overheid en alle op aarde ingesteld gezag weg, dan zou God de Heere daarom niet minder Zijn regiment over geheel uit
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's