Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 245

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 245

college-dictaat van een der studenten

2 minuten leestijd

§

Op

De

10.

Providentia relata ad gratiam et iram.

zichzelf zou er

ook buiten zonde providentia divina geweest

Ze bestond dan ook van het oogenblik der schepping

val en zal evenzeer voortbestaan na de uitscheiding der

zijn.

aan den

af tot

zonde

tot in

eeuwigheid.

Zonder instandhouding en regeering toch

Wel

bestaan van den kosmos denkbaar.

is

is

geen oogenblik het voortbuiten zonde de werking

van de providentia een volkomen eenvoudige, maar

wordt de

voudige

majesteit

kennen wij de providentia

Feitelijk

het een-

juist in

des Heeren op het hoogst verheerlijkt. niet

anders dan

in statu

peccati en

dit

brengt te weeg, dat voor ons besef elke daad der voorzienigheid óf

het

werk van oordeel en toorn draagt van

vloeisel

genade.

dogmatisch afzonderlijk

Al te

zijn

we

óf

wel ons toespreekt

behandelen

in

de Christologie, de Soteriologie

zoodat de indruk ontstaat, alsof de providentia uitsluitend doelde

enz.,

op de instandhouding en regeering der natuurlijke dingen, zo van

toch

het

als uit-

dus gewoon, de gratia particularis

voorzienig

Gods ook geheel

bestel

gesubsumeerd

dat deze scheiding geheel

zelf,

iets

is,

wat

Providentia specialissima. culiere

genade

leven,

zoodra de

werk

rust het

val

het

werk der

in het

genade

de

van de

in

leer

werk der

afgezien van het

werk der Voorzienigheid, ook is

spreekt

particuliere

uitdrukking vindt

zijn

Maar ook

3

en dat

fictief is

parti-

in het natuurlijke

ingetreden, steeds in de gratia Dei, die Zijn

stand houdt niet alleen absolute, maar ook tegenover de macht,

in

die het poogt te vernielen.

Dit

is

dentia ring

niets anders

zou kunnen

van Gods toorn, en zulks

Dank gif

de gratia communis, zonder welke heel het werk der provi-

zij

zijn

in

dan ééne doorloopende openba-

absoluten zin.

echter deze gratia communis, die de

der zonde

in

ons belet absoluut door

te

daemonen

inbindt, het

werken, en den vloek der

zonde tempert, openbaart zich thans de providentia

in

2 reeksen van

waarvan de eene ons de werking der gratie, de andere der ira Dei toont, werkingen, die thans nog dooreen gevlochten zijn, maar die feiten,

ten slotte absoluut uiteen gaan, tie

om

alsdan de

ira

Dei zich

in

de existen-

der rampzaligheid te laten uitdrukken en de providentia gratiae

in

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's

Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 245

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's