Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 230
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Prima.)
212
licht
achteruit
de
in
vooruit
en
profeten
in
de
en de kerk des
apostelen
Nieuwen Testaments.
4. a. in
X^'^,-
Het denkbeeld, waarmede wij thans te doen hebben, vinden wij uitgedrukt „Eene zeer overvloedige in de woorden
het eerste artikel onzer belijdenis,
Fontein
waarom D"n,
Oude Testament
het
in
'C^'^p
het leven, reden
water" gegeven hebben." Dat
ven hebben;
vrouw ook
10 tot de Samaritaansche
:
de gave Gods kendet en wie Hij is, die tot uzegt: Geef Mij zoudt gij van Hem hebben begeerd en Hij zou u „levend
gij
zoo
drinken,
fonteinwater „levend water" heet, D^^
het
Gelijk Jezus in Joh. 4
l''^y.
zegt: „Indien te
:
aller goeden.'' In „fontein" schuilt de gedachte van
is
dus: Hij zou u eene fontein, eene bron gege-
zoudt door zijne genade niet maar eene
gij
maar eene
irradiatio,
inhabitatio, eene IvzIkwi'; toü Uvcó/xxTsg 'Xybu ontvangen hebben, waardoor er binnen in u eene fontein zou zijn ontstaan; gelijk Jezus elders zegt: „Die in Mij gelooft, gelijkerwijs de Schrift zegt stroomen des levenden waters zullen :
buik"
zijnen
uit
„vloeien." Bij
Dat
t.''^/;
eene
uit
door
opwelt
putten; maar
bij
natuurlijk
is
zijn
uit
:
persoon,
gesproken)
plastisch
staat dus het denkbeeld van eene fontein op den voorgrond.
omdat
komt,
vanzelf
(dat
fontein,
eigen
zijn
tegenstelling met een put, het water
in
moet men het scheppen,
Uit een put
actie.
eene fontein schuilt de kracht
om
zich
op
te
werken,
zelf.
Joh. 5
:
20
:
exegetische
c^tó.; ïa-ny
kwestie,
namelijk vooraf
:
o
of
ÏTyiVj ïv
kx(
aA/jS-^i-ic S-cic
slaat
dit
i^ur,
Iv
h.}.ri^ry.>
rö)
v/'i>
op
of
ons tegenwoordig doel onverschillig, want
xItsü
als het
:
„De waarachtige God
van Johannes' eersten zendbrief dezen
a.y.ny-óxixi-j^
TTipl
To'j
brief,
waar
1
Hoe
dit
:
1
moeten
en nu
zulks
zij,
op den Middelaar ligt
1
Er gaat
zelf.
is
is
ziet,
het
voor
wordt
beide gevallen dit
in
tevens het eeuwige leven."
is
te verstaan,
wij in cap.
God
in
de moeilijke
rijst
'IrjOs'j \pL<TT'\>,
Xpio-Tijy.
Deze hier toch naar zijne Godheid genomen, en dus uitgesproken
Hierbij
-xlwioc.
Christus of op
op den
'y.}:r\h-cv'',t^
t'\>
de vraag, of diroq terugslaat op
van
het
in
Vandaar de benaming „levend water". Dit denkbeeld van ^o»: vinden wij toegepast op den Heere onzen God
water
wij terug tot
en 2 aldus lezen:
ï
r,v
Om
dit slot
op het begin k-r'
ypy?,c,
'6
oï'^pxKXfxiVTz^ófbxAfxs}cnfM<'jJV^o\^ixrrx[xi^xKxlxiyij/pic
"/.oyou
aTrxyyè/./.sfiey
T'r.q i//u,(v
X^w^q' r),v
Kx'c
y;
^'w/;
ifxveputBy}, KXt e(j)pxKXjUiv
"i^wy t/,v xïÓjvisv,
r,Tti:
y.x\
ry Tcpza rov Trxripx
fjLxprjpyjfJLVJ Kxi
kx'c zipxyipiti^r, r.fi^y
na welken tusschenzin de apostel dan weer zijne rede vervolgt. Wij zien daaruit, dat het uitgangspunt van dezen Johanneïschen brief niet ligt in de i^ix-/:, maar
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's