Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 31
college-dictaat van een der studenten
:
§
Relatio,
2.
:
mm
quae Providentiae
Creatione intercedit.
men zeggen,
ontleend aan de analogie van het menschel. leven. Maar, zal
woord scheppen toch
Dat
niet.
is
echter wèl zoo,
want we vinden
Hebreeuwsch daarvoor xnn, een woord, waarvan de wortel in zelfde
van /or(mare),
als
blijkt
waarin
de
b
tot
31
ƒ werd
is,
in
het het
welke deen
geaspireerd,
vor(men). Nin nu wordt ook wel van het doen des menschen
gebruikt, dus
is
woord wel degelijk uit het menschel. leven genomen, maar kreeg langzamerhand de univoke beteekenis van 't scheppen Gods. Bovendien komt even dikwijls als Nin in het Hebreeuwsch n'iry voor, hetdit
geen eenvoudig „maken" beteekent.
Testament vinden
In het N.
meer nog voor
stichten
we
voor scheppen
van steden,
tempels
een woord, dat veel
y,ri^v.y,
wordt dan voor
enz. gebruikt
scheppen.
Na deze de
dat
inleidende opmerking werkelijk
Schrift
worde nu
analoge
in
taal
in
de tweede plaats aangewezen,
spreekt over de Schepping en de
Instandhouding. Vragen we, welke menschel. werkzaamheden het meest anoloog zijn
met scheppen, dan moet geantwoord worden: gronden, bouwen en planten.
Wanneer een nieuw bosch worden, dan
zijn dit
De
ren wordt.
geplant,
een nieuwe stad of paleis
gebouwd
zal
de beginselen, waaruit een geheel nieuwe toestand gebo-
settlers in
Amerika hebben zoo „grundlegende Arbeit" gedaan,
de woeste plaatsen vervormd door steden, landerijen enz. Die verrichtingen van
den
mensch
menschel.
bieden
bezigheid
bakker.
Dien
moeten
we
naam, niet
dus groote analogie, maar behalve die komt er nog een als
analogie
in
de Schrift voor,
door onze overzetting
veranderen, maar er
is
eenmaal
in
van den Potte-
die
n.l.
de wereld gekomen,
eenvoudig mee bedoeld
hij,
die zich
bezig houdt met porcelein-, aarde- of glasfabricaat. Dat eigenaardige beeld van
de Schrift geeft het sterkste analogon met scheppen aan.
Jesaja 64
:
8, het eerst in zijn
meer plenen vorm.
We
Ons
vinden het
doet die uitspraak
minder aesthetisch aan. Jerem. 18 2 vv. het „werken op de schijven" is onderscheiden van en volgt op het „leem bereiden" en geschiedt doordat men trapt op een wiel, waardoor :
dan
beweging wordt gebracht; een „vat" (vers 4) is niet een fo/z, n.l. alles, wat tot het gerei van het menschel. leven behoort „het vat werd verdorven" wil zeggen brak toen werd een ander vat gemaakt en daarna lezen we vers 6: „Zal Ik ulieden niet kunnen doen gelijk deze pottebakker, huis Israels", enz. de
schijf
maar
in
ons
in
begrip vaatwerk,
;
;
Diezelfde idee, breed uitgewerkt, vinden
Rom. 9
:
21 rechtstreeks en
toegepast. Daar
is
in
we
hoogeren zin op het scheppende werk Gods
sprake van de verkiezing en verwerping.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's