Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 453
college-dictaat van een der studenten
HooEDSTUK ontwaakt
Maar
het.
Het Dogma de Sancta Trinitate.
I.
van zich
als het reeds
afslaat, spreekt het
19
toch nog van
den derden persoon en obiectiveert dus zichzelf buiten zich. Zelfs als het zich tegen de tafel stoot, geeft het zichzelf een klap, zoo weinig beHet persoonlijk leven kan dus reeds vrij wustzijn is er dan nog van zijn ik. zichzelf
in
ontwikkeld
sterk
dat er toch nog geen of weinig zelfbewustzijn
zijn,
daarmee nu den toestand van
wij
hooger
ren, dat dit
tegendeel
conclusie, dat dus
De
Integendeel, uit allerlei
staat.
ook
bij
niemand bewe-
aan
te te
toonen, dat het
wij het recht tot de
een dier het persoonlijk bestaan niet aanwezig kan
zaak, die het hier geldt,
schijnbaar dezelfde als
is
Het iyw tegenover het
der ectypische persoonlijkheid. niets
is
En daarom ontleenen
het dier plaatsgrijpt.
bij
Als
is.
zal
dan
het dier vergelijken,
bij
crj
het eerste
en y^róc
is
zijn.
kenmerk
op zichzelf
dan de ontwikkeling van den persoon tegenover de coördinaten. Maar hebben
het eerste
bestaan
dat
wij
hier
obiectief,
in het bewustzijn.
bij
Het persoonlijk
ook het bewustzijn, en dat wel zoover voortgaande, dat het
eischt
van een iyw. van het ontwikkelde menschelijk persoonlijk bestaan onafscheidelijk, is dat altoos hetzelfde ? Of is er ook bij den mensch eene innerlijke In de voorgaande behandeling merkten wij eene uiterlijke Differenzirung ?
komt
tot het bezit
Dat „ik" nu,
mensch met
den
van
op
Differenzirung
zijne coördinaten, is er
nu ook eene
innerlijke Differenzirung ? Ik
behoef
renzirung
hierbij
vinden,
sterk
zeer
scherp af van hetgeen
Denken
doet.
hij
:
heb
Dat
niet
ik
:
7,
waar
wij die innerlijke Diffe-
17 vv. Paulus scheidt hier zijn iyój zeer
vs.
cf.
Heer verloochent, dan zeggen wij zeggen
op Rom.
slechts te wijzen
wij ons bijvoorbeeld, dat Paulus zijn
Dat heeft Paulus gedaan. Maar Paulus kan
gedaan.
Hier hebben wij dus eene Differenzirung
tusschen „ik" en „Paulus", een Differenzirung tusschen de proiectie van het ik in
den persoon en den persoon
Het
gebruik van zelf. begrip ik
in
het
den
en
vallen",
persoon
„tot
over den persoon
Kant
heeft
steek
op
de
De
taal,
ik,
in
de
taal
allerwege
uit bij het
uit
zijn", of
zijn
deze Differenzirung tusschen het uitdrukkingen als „van zichzelf
ook „zichzelven geven" enz. zoowel
dat zich uitspreekt, bezit de bewustheid, dat
beschikken
door
komt
Het sterkst
dit verschil
houdt,
persoonlijkheid.
in
gekomen
Het te
Dat komt
de Differenzirung van den niphal. Het geheele reflexieve
voort.
zichzelf
physice als ethice.
geen
is
verbum en
zelf.
men
heeft.
gewezen en
er
eene verklaring van gegeven, die
namelijk onderscheid te
maken tusschen persoon en menschen gemeen.
persoonlijkheid heteben wij met andere
Maar als Job zichzelf vervloekt, dan vervloekt hij niet hetgeen hij met andere menschen gemeen heeft, maar zijn persoon, zooals hij daar is. Zoo is zelfverloochening
niet
de verloochening van het algemeene begrip der menschelijke 28
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's