Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 966
college-dictaat van een der studenten
;;
Locus DE Christo (Pars Tertia).
150
karakter
geeft,
bank inroept voor liggen wij midden
Daarom
worden.
waar
dat 2e
Het
— neen Christus maakt ons recht geldig. En de zonde — ook hier geldt Sion zal door recht verlost staat er 24 zoo sterk mogelijk 3-cAw — „Ik wil Joh. 17 cliënt
zijn
al
in
:
in
in
gebed
het
:
:
*
van
altijd
't
Is
verhooring op volgt
Christus voor zijn volk heeft nooit tot grond de barm-
zooals
kruisverdienste,
verhoord wordt
altijd
onzekere; maar een bidden waar
't
hartigheid Gods, noch ook Christus' eigen Godheid, zijn
genade vragen
niet het
is
een advocaat de clementie van die recht-
niet gelijk
is
daarin de grond, dat Christus' voorbede
ligt
3e
het
;
ik ben, enz.
een bidden
niet
van een smeekend.
plaats
in
voor een boeteling
wij
dat
I
maar
2:2;
Joh.
uitsluitend en altoos
Rom. 8
34 en op vele
:
plaatsen in Hebreen zagen.
Wij zullen thans nog
dieper op die voorbede van Christus ingaan en
iets
het verband bespreken, dat zijn voorbede heeft met ons bidden.
Naar de voorstelling, die wij Openb. 5 8 8 3, 4 en Ps 141 2 vinden, worden de gebeden der heiligen in een wierookschaal voor Gods troon gedragen en hebben ze kracht in den hemel. Op zich zelf hebben de gebeden der heiligen geen toegang tot den Heere, maar alleen door Christus en dat drukt Christus zoo uit, dat Hij zegt, dat :
wel
discipelen
zijn
Daarin
van
ligt
Christus.
In
intercedeeren
te
16
Joh.
:
den Vader zullen bidden, maar altoos
tot
de samenhang tusschen
voor u bidden."
:
;
't
25—28
:
nu
staat
„ik zal
:
den Vader
Natuurlijk wil dit niet zeggen, datjezus eens ;
moet genomen
het
naam.
in Zijn
bidden der geloovigen en de voorbede niet
ophouden
meer
zal
met
met het voorafgaande
in tegenstelling
zijn discipelen nog niet in Jezus' naam maar de ure komt, dat zij naam bidden zullen en dan zal Jezus niet meer in hun plaats bidden. In Jezus' naam bidden, wil niet zeggen in Jezus' geest bidden, maar is een gebed, dat van ons zelf uitgaat en nu door Jezus opgevangen en voor Gods
nu bidden
;
in Jezus'
:
gebracht
troon
ons gebed
Hij
ze
zijn
feitelijk
den
om Iv
;
geloochend
zou
met
dat
Hij
bvofixTL
De
zijn.
bidden,
wil
dus op een intercessio van Jezus, waardoor Verklaart
met heel
tegenstelling
maar
van dien dag
fjLou
ziet
maakt.
tegenspraak
lijnrechte
in
Het
wordt.
tot het zijne
men deze woorden het
ligt
dus
hierin, dat Hij niets
af
hun gebeden
dus niet zeggen
tot
niet daarin, dat
meer bidden zou buiten hen er
bij,
d.
Wat is
er
i.
de hemelvaartsdag wil
dit
—
dan zeggen?
toch maar één
lid,
dwaas
zijn.
Als
een lichaam heb, met
ik
waarmede
ik
spreken kan,
nl.
de
Dat
want dat hadden
de discipelen reeds vroeger gedaan en zou de bijvoeging van het
—
Jezus ophou-
den Vader zou brengen.
met mijn naam
:
anders, dan
N. T. en zou de intercessio
al
'^v
-Kcty?, r?, r,!xzp-/.
zijn leden,
mond
;
alle
dan
andere
I
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's