Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 486

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 486

college-dictaat van een der studenten

2 minuten leestijd

Locus DE Deo (Pars Altera).

52

op Voetius' standpunt, zochten aan

die stonden

Zij

1.

Oude Verbond

heele Confessio Belgica in het

datdege-

te toonen,

zoo beleden werd, dat

eigenlijk

dogmata en mysteriën toen reeds bekend waren en beleden werden.

alle

Petrus van Mastricht zocht dan ook met grooten ijver aan te toonen welke

was van de theologieën van Adam, Noach, Abraham enz. Vele bijv. wijdt hij aan de opsomming van de leerstukken die Noach zou

inhoud

de

pagina's

hebben beleden, die

zelfs

hij

gaat splitsen

Systematische- en Foederaal-

in

theologie, en die over al de stukken der dogmatiek zijn uitgebreid. Leest

wat nauwkeurig, dan bespeurt men

echter

dit

wijzen

op zeer zwakke steunpunten

om

alles

alles gelachen worden moet worden wat van Mastricht deed

treffelijks,

en dat wel

nu

dit

? Neen, volstrekt niet

omdat

a.

opkwam

;

;

deed daarmee

hij

Moet

zijn.

integendeel, hooglijk iets

voor-

tweeërlei reden

principieel ingaat tegen de verkeerde neiging die ten allen tijde

hij

het zeggen dat het Evangelie eerst

in

men

dat

om

houdbaar

rusten, en niet wel

geprezen

men

spoedig, dat zijne be-

al

geene kennis

bij

Bethlehem gekomen

is,

en

had van zaligheid en verlossing vóór Christus' komst

het vleesch, feitelijk het standpunt van het Methodisme.

in

Die meening kan

en

niet

genoeg bestreden, want

begint

de zaligheid pas

ook beslist tegenover

dan

Paradijs af (zie Catech.

vigen

is

zij

juist,

dan

is

het geheele

dat vóór de vleeschwording van Christus leefde, reddeloos verloren,

geslacht

bij

dit

De Gereformeerde Vaderen

Bethlehem.

stelden

gevoelen, dat Christus zijne kerk had van het

Zondag

21), dat

ook onder het Oude Verbond geloo-

waren, en dat die geloovigen van het Oude- en de Christenen van het

Nieuwe Verbond samen éen volk uitmaken.

Ook nog om

b.

een

andere

reden

het

heeft

betoog van van Mastricht

waarde. Velen toch gaven wel toe, dat er geloovigen waren onder het Oude Verbond,

maar meenden, dat hun geloof toch onvolkomen was, dat zij eigenlijk geene vergeving der zonden of hope der onsterfelijkheid hadden, dat zij dachten te of waar niet te gaan bij hun sterven, dat dus feitelijk dit geloof niet hielp ;

men dan de hope

der onsterfelijkheid

nog

maar door

de offeranden zalig

werden.

Christus,

deze

Is

als

meening

juist,

dan

toegaf, zei

men

dat

zij

niet

door

kan het geheele Evangelie worden afgeschaft

de geloovigen onder het Oude Verbond op andere wijze konden zalig wor-

den, kerk,

is

er

en

geen reden meer heeft

Frederik

om menschen

de

Groote

te

gelijk

bekeeren, vervalt de Christelijke

met

zijn

„Jeder mensch soll nach

seiner Fa^on selig werden."

Tegen

die

scherp gekant.

dwalingen Zij

name van Mastricht, zich onder Oud en Nieuw Verbond slechts éen

hebben de Voetianen,

poneerden

:

Er

is

niet

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 486

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's