Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 916
college-dictaat van een der studenten
§
De plaatsbekleeding van den
7.
Middelaar.
Overmits het plaatsbekleedend karakter van de ambten van den Middelaar het sterkst
de
bij
Upoa-óvri
uitkomt, dient hier deze plaatsbekleeding
toegelicht. Deze plaatsbekleeding nu
van
eene individu
het
grond
het
in
solidair
mag
niet
opgevat
Adam
en
organisch verband, waarin het den Heere
Door
zij
voor ons,
niet
is
uit
ook de
zoo, dat
dat ons menschelijk
feit,
staande substantiën,
zelf
levensverband met elkander
in
opkomen en onder één hoofd saamgevat
zijn
en
zedelijke verantwoordelijkheid niet per individu
maar begint met
solidair
bodem van deze
den
het
in
van op zich
maar een organisme, waarvan de leden
rekent,
plaats-
eeuwige gerechtigheid kunnen verwerven.
de
een aggregraat
staan, uit één wortel
wel
verband
Adam,
hetzelfde verband, heeft een tweede
Deze plaatsbekleeding wortelt derhalve geslacht
dit
plaatsbekleedend voor ons de eeuwige verdoemenis ver-
worven, en, dank bekleedend
optreden
de plaats van het andere, maar heeft haar
beliefd heeft ons menschelijk geslacht te scheppen.
heeft
als het
in
voor allen saam
te
gelden en eerst
solidaire verantwoordelijkheid de persoon-
verantwoordelijkheid voor elk afzonderlijk mensch doet opkomen.
lijke
Deze
solidaire
Zoo
organisme.
voor
stamvader Dit
van
de
is
geslacht
zijn
heid.
verantwoordelijkheid
vader
de
;
heel
het
geldt
voor
solidair
koning
voor
voor
zijn
zijn
alle
deelen van het
gezin
;
de patriarch
en zoo eindelijk de
volk
menschelijk geslacht voor heel de mensch-
nu geldt ook voor Christus.
Ware
hij
slechts één onder
menschen geweest, zoo had hij alleen eigen verantwoordelijkheid gedragen ware Hij koning van een volk geweest, zoo had zich zijn aansprakelijkheid niet verder dan dit ééne volk uitgestrekt. Nu Hij daarentegen Hoofd der menschheid wierd, rekent Hij voor heel ons de
;
geslacht.
van
zijn
In
dit
worden van den tweeden Adam
plaatsbekleeding en
eenerzijds
aan
de
is
strekt zijn plaatsbekleeding, als zijn „caput esse"
voor het menschelijk geslacht
door
alzoo de grond
incarnatio en anderzijds aan onze incorporatio in
Hem. Slechts zooverre Hij
ligt
mitsdien deze plaatsbekleeding gebonden
strekt.
Hoofd nu van ons geslacht wordt
eenerzijds de natuur van dit geslacht aan te ncFiien en ten
andere door deze natuur aan
te
nemen op eene
wijze, die
Hem
als het
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's