Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 736
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Christo (Pars Siïcunda).
34
ad
De communicatio idiomatum.
1.
De voorstelling, alsof de communicatio idiomatum een speciaal Luthersch dogma was, is verkeerd. Het is een dogma van de Lutherschen en van de Gereformeerden, omdat het een dogma van de geheele Christelijke Kerk is maar het ;
Gereformeerde Kerk de communicatio
verschil ligt alleen hierin, dat terwijl de
idiomatum
als
mediate aanneemt, de Luthersche Kerk haar ook immediate
De communicatio idiomatum
raakt de eigenschappen der goddelijke en
van Christus en de vraag ontstaat nu
schelijke natuur
:
stelt.
men-
of de goddelijke eigen-
schappen en de menschelijke natuur gemeenschap hebben.
Ons antwoord het
geen
is
neen
:
De
!
goddelijke eigenschappen hebben wel
subject van den Middelaar en de menschelijke evenzeer,
fu-iroyr, zij
met
hebben
Het subject van den Middelaar heeft dus gemeenschap
onderling.
iJt-iroyr,
maar
met de eigenschappen der goddelijke en menschelijke natuur en beschikt diensvolgens over
idiomatum wel
de eigenaardigheden (/^^^axra) der goddelijke en menschelijke
al
Alzoo
natuur.
;
niet
antwoord tevens bevestigend:
ons
is
van de twee naturen onderling
;
er
is
een communicatio
die blijven
'a.a-uyy^órf^q
maar
;
van de beide naturen met eenzelfde subject, den tweeden Persoon
de
in
Drieëenheid.
Hiernaar
van
zich
nu
zich
regelt zelf
het
spraakgebruik.
Daar het subject
goddelijke als der menschelijke natuur.
zoo heb
hominis,
ik
zoowel God (Deus, Koning
Hieruit volgt, dat het subject
de Kerk van het subject uitspreekt, zoowel
en
dezen regel op
Filius Dei) als
te stellen
mensch
:
Noem
ik
dingen der
alle
Filius
Dei en Filius
Het subject des Middelaars
is
(Jezus, Maria's zoon, spruite Davids,
namen
Middelaar, Messias, Christus zijn de
Israëls).
van het subject aanduiden.
is
één van deze namen, dan
die beide naturen
noem
ik altijd het
subject en van dat subject kan ik goddelijke en menschelijke dingen uitspreken.
Nestorius had dus ongelijk
;
Maria kan (disrUog genoemd, even goed
gen kan, dat God aan het kruis geleden kant
God noemen
meji
ook van
heeft. Ik
kan Christus
n.1.
als
men
zeg-
aan den eenen
Hem gebaard heeft. Zoo kan mensch Jezus zeggen, dat hij van eeuwigheid zat aan de rechterhand Gods, mits ik dit maar in 't oog houde, dat dit alles een aanduiding is
van het eene subject, dat de bezitter
ook dergelijke leiding in
en anderzijds zeggen, dat Maria
den
geven.
uitdrukkingen
Te zeggen
Maria's schoot,
is
:
in
de
is
Schrift, die
dan vaak
is
tot
Alleen ketters
noemen
vindt
men
verwarring aan-
het eene subject, dat van eeuwigheid
niet fout.
Echter moet onderscheiden tusschen usus proprius juist
Zoo
van beide naturen.
God
is,
lag
dit fout.
et improprius.
Volkomen
het alleen dan, als ik van het subject in een bepaalden toestand alleen
naam gebruik, dien het subject in dien toestand droeg, b.v. de Zoon van God was van eeuwigheid bij den Vader. Maar al is er dus onderscheid tusschen dien
de usus proprius usus
improprius
en
improprius, het Schriftuurlijk gebruik toont, dat ook de
moet toegestaan.
met menschelijke lippen
U had
:
Immers
als
mensch optredende zegt Jezus
Vader, verheerlijk Mij met de heerlijkheid, die
vóór de grondlegging der wereld.
Ik bij
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's