Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 617
college-dictaat van een der studenten
Hoofdstuk Die is
maar
maar de
het
Gods,
Wij
uitkomen
ook,
licht
bIkw
bijvoeging
die
zij
B.
verhinderen hen
te bestralen
van
heerlijkheid
De tweede Persoon.
Personen enz.
Evangelie
het
met haren glans,
wij de heerlijkheid
als
(dio'j
ts'j
—
dat de zon haar toekaatst.
licht
is
om
dus
is
ontving van de zon.
zij
van het maanlicht willen doen
Zoo ook
de hooge beteekenis
maar ook de mensch
Ja,
:
wordt
gevoelt
dat
echter,
hier
dat de
er,
men
te
beeld
;
want
genoemd wordt schappij
zoover
en
hier
(")c;D,
de
is
naar
Christus
aan
er
is
autoriteit
bekleed
in
hier niet
God
en
De geheele in
Wij
ons
laten
man maakt
rz'j
^)io\j
gesproken; hier
den Zoon
het
zeggen
is
alleen
een onmid-
hier bedoeld
als
is,
photographeeren, wij
niet
alleen de plaat gereed,
;
al
;
fijne dit is
analogie van
maar ons
iets
dat zichzelf
derhalve eene der analogieën
God de Vader
de eeuwen door, en dat
dit
zijn
eigen beeld obiec-
beeld nooit
zij
niet
:
dat
is
het beeld van die of die,
datzelfde proces, dat genereeren van zich
Denkt men van den persoon altoos doorgaande en onafhankelijk van wij
is
iets
anders
is
zoo ook wanneer ons beeld zich heeft gereproduceerd en anderen
zelf
krijgen
Hij
leeren verstaan.
Heilige Schrift leert, dat
dan God zien,
huisgezin.
zelf.
buiten zich obiectiveert
die ons de uitdrukking vy.w
tiveert
de
;
voor
is,
naar het beeld
natuur
wordt uitgedrukt, dat
de photographie waarlijk eene
reproduceert
die de heer-
drukt zich op die plaat af; wij genereeren ons eigen beeld, en
gezicht
dus
God zijn
in
is
menschelijke
wordt
hier
de photographie.
photographeeren ons zelven eigen
waar de man
neen,
;
van
eerst sprake
is
kunnen ons een zwak denkbeeld maken van wat
we denken
want waar
de schepping naar Gods
bedoeld
is
zijne
alles ;
gegenereerd product van
We
is,
r^iöcsi? Éénmaal
i'-k'j^-j
wordt daarna gezegd dat de man het beeld Gods
Gods geschapen, maar van dat sprake van het innerlijk wezen dellijk
daar
zeide
en met die woorden voor oogen zal
is,
niet
door God met macht en
Voorzeker
genoemd
toch niet minder van de vrouw tz~j
i'y.'j>-j
bezit, hij
dat
geldt
die
Gods
het beeld
y.'jr,-:
begrijpen,
beter
ooit
men
is.
geheel anders sprake
iets
mensch
in de Heilige Schrift de
staat
van
;
en dus spreekt
njn;' D|'>;n
ook Christus naar dat beeld geschapen
het wel vanzelf, dat
Men
immers geschapen
is
de
;
doordringt.
ziel
Intusschen gaven deze woorden vaak aanleiding tot misverstand nl.
hier
doen uitkomen
te
hoogere geestelijke levenslicht dat den geloovige de
dat
183
glans van Christus,
de
of
de maan ons de glansen toewerpt die
dan dat
:
drie
de schittering die wij opvangen van den Christus als beelddrager
is
evenals
zeggen
van
nu,
heerlijkheid
niet
De
111.
de
uitdrukking
te
subiect in den Christus, dat Hij
verstaan is
het
die
c/kwi» ts'j
hier
maar
zelf,
alle
gebezigd
0c;i.
:
„dat
is
hif'.
de zelfreproductie instrument, dan
wordt
van
het
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's