Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 83
college-dictaat van een der studenten
§
De Cognitione
2.
65
Dei.
maar aanbood, vooral Satan, die zeide „Ik heb mijne word zooals ik ben." Leest de schoone uitwerking dezer gedachte in Da Costa's fragment „Caïn", waarin Lucifer op Caïn's vraag „En wat dan zijn wij?" (ni. als wij worden wat Lucifer „sedert lang" is) „Zielen, die goden durven zijn en voor geene Almacht knielen." antwoordt
aangenomen wie
zich
:
veroverd
independentia
;
:
ontwikkeling
verste
zijne
In
men
waarbij
duivelsdienst,
meest concreten vorm,
Deo
independentia a
gedachte
toch
is
altijd
expresselijk
Wel
toonen.
deze
:
bondgenootschap met Satan dan den
duivel
de Middeleeuwen
gelijk in
te
dat
leidt
zijn
gaat
bij
aanbidden,
de „duivelsmis",
in
om
tot
den zijne
dat bizarre extravagantiën, maar de
de dependentia van
God
afschudden, en daartoe
de hulp van Satan aanvaarden.
Dat
nu
den homo destitutus
in
duidden onze vaderen aan door
wat
dit
besef van dependentia
overgebleven,
„scintillulae" of „rudera" zijn overgebleven.
echter veel te algemeen gezegd; laat ons vragen
is
is
zeggen, dat er van het door de zonde weg-
Gods nog „vonkjes",
geslagen beeld Dit
te
:
Wat
is
er overgebleven,
niet ?
Wat
is
ons gebleven?
Het besef van de dependentia a Deo.
Wat
is
weg?
Het besef van het kindschap Gods. [Het moet leiden tot ontreddering van gansch de theologie, als Schleiermacher uitganspunt neemt den homo destitutus, zonder het besef van het kind-
tot
schap,
waarin toch het eigenlijke van den D^X
lag, waarbij
dus niets overblijft
dan het „schlechthinniges Abhanglichkeitsgefühl", dat noodzakelijkerwijs tot
Intusschen
is
de
homo
de veer gesprongen eigenlijk doel.
zoo
het
is
leidt
vijandschap jegens God.]
is
destitutus niet een horloge gelijk
geworden, waarvan
en dat dientengevolge gansch onbruikbaar
is
voor
zijn
Ware het zoo, dan was ook alle cognitio Dei opgehouden. Maar Wel is de veerkracht van den sensus divinitatis gebroken,
niet.
maar we zagen een vorig jaar
*),
hoe de gratia communis den snellen afloop
der zonde heeft gestuit.
Daar komt vloek
Nog
is is
niet
er in
dat er over de natuur wel een vloek
bij,
van den
dien
y.oa-uzi:
aard, dat
hij
deze aarde
tot
is
gekomen, maar die
eene hel heeft gemaakt.
door de gratia communis genoeg overgelaten,
om
een,
ook verzwakten, indruk op den mensch te maken, niet het minst, doordat de wolken nu en dan van het firmament wegtrekken, om ons een het
zij
*)
Zie de „Introductie" op den „Locus de magistratu".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's