Dictaten dogmatiek. Locus de Sacra Scriptura, Creatione, Creaturis - pagina 481
college-dictaat van een der studenten
§
Het begrip der
5.
65
Creatio.
aan die noodzakelijkheid geiioorzaamde God, dan wordt Gods vrijmacht gebon-
den
en
verlaagd
zelf
Hij
beperkt wezen,
een
tot
noodwendig verzinkt men dan
Onze volgende observatie behandelt de
V. staan
zij
in
d.
den
z.
tot niet-God,
Schepper gesproken.
en
vraag, hoe de Schepping te ver-
Waar God
verband met de drie Personen van het Goddelijke Wezen.
de Schrift over de Schepping handelt, wordt zoo goed als
w.
atheïsme.
in
„In
als uitsluitend
van
den beginne schiep God den hemel en de
„Onze hulp is in den naam des Heeren, Die hemel en aarde gemaakt heeft." Zoo vinden we in de Schrift op de vraag Wie heeft de wereld geschapen ? Dienovereenkomstig leert bijna overal als antwoord het Goddelijke Wezen. dan ook de dogmatiek, dat alle opera exeuntia aan de drie personen gemeen zijn. Toch heeft de Heere in Zijn heilig Woord het daarbij niet gelaten, maar het heeft Hem beliefd ons ook een inzicht te geven in de oeconomia divina op dit punt. Hij heeft ons de verhouding tusschen Vader, Zoon en Heiligen Geest willen openbaren, ook wat betreft de Schepping. En zoo staan we dan aarde."
:
:
voor de vraag,
voorzoover men met de drie Personen rekent,
of,
hebben
hetzelfde
gedaan
Schepping, dan wel of
de
in
alle drie
Zij
Zij daarbij
ieder iets
onderscheidenlijks hebben verricht.
Nu
spreekt
verhouding van zaam.
één
in
den
opzicht
Christus
komt het gedurig
wordt aangeduid
De combinatie
menschheid.
der
Nergens wordt het
de Schrift hier niet veel over.
Maar
saamgevat.
tot het leven
der drie stralen
Alleen van twee Personen wordt ons
iets
is
in
één punt
ter sprake, nl.
waar de
der natuur en
daarentegen zeer spaar-
gezegd,
nl.
van de verhouding
tusschen den Vader en den Zoon.
Zoo in 1 Cor. 8:6: „Nochtans hebben wij maar éénen God, den Vader uit Welken alle dingen zijn, en wij tot Hem; en maar éénen Heere, Jezus Christus, door welken alle dingen zijn, en wij door Hem." Ên ten deele ook in Rom. 11 36 „Want uit Hem, en door Hem, en tot :
Hem
zijn alle
Zonder
men
kan
1
Hem
dingen.
Cor.
daaruit
8
:
dan
6
is
ook
zij
:
de heerlijkheid
echter hier
uit
Rom.
11
in :
der eeuwigheid, amen."
36 niets
En
af te leiden.
al
de onderscheiding overdragen tusschen den
Vader en den Zoon, aan de neiging om bij het tot Hem te denken aan het werk van den Heiligen Geest mag niet worden toegegeven. Het tot Hem duidt
het
wijst
op
doel der creatie aan, maar het
doel,
waarnaar de
is
niet zelf
Schepping
een factor der creatie.
streeft.
En dat doel moet
Het niet
enkel liggen in den Heiligen Geest, maar in den drieëenigen God.
Het eenige Il
punt,
dat de Schrift nader en breeder toelicht,
is
het deel, dat
30
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 776 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 776 Pagina's