Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 750
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Christo (Pars Secunda).
48
Vooreerst onze Confessie, Art. 18 en Art.
In
19.
18 handhaaft onze Kerk de belijdenis van Chalcedon hierin, dat
zij
menschwording afleidt uit God „Wij belijden dan dat God de belofte, die Hij den Oud-Vaderen gedaan had door den mond zijner heilige profeten, volbracht heeft, zendende zijnen eigen, eeniggeboren en eeuwigen Zone vooreerst
de
:
de wereld,
in
ten
Deo
inchoative a
mensche
:
gelijk
Dus de
bestemd." ;
Constitutio Mediatoris
de belijdenis
stelt
voorop de zen-
„dewelke eens dienstknechts gestalte aangenomen heeft en en ten tweede „dat Hij de menschelijke geworden is"
—
natuur aangenomen heeft met
vangen zijnde
Hem
Triunio, terminative a Filio
ding van den Zoon
den
van
tijde
al
hare zwakheden (uitgenomen de zonde), ont-
maagd Maria [dit tegen de Anazonder mans toedoen. En heeft niet
het lichaam der gelukzalige
in
baptisten] door de kracht des H. Geestes, alleen de menschelijke natuur
ook een ware menschelijke
aangenomen zooveel het lichaam aangaat, maar opdat Hij een ware mensch zoude zijn [dit
ziel,
tegen Apollinaris]."
En nu gelooven
door deze ontvangenisse de Persoon des Zoons zamen gevoegd is [c^Stxcplrwg en ax^w/r/o-rwc] met de mensche-
te
zoodat er niet
natuur,
twee naturen
„Wij
:
onafscheidelijk
dat
vereen igd en lijke
19 de explicatie van de vereeniging der beide naturen
in Art.
zijn
twee Zonen Gods, nog twee personen, maar doch elke natuur hare onder-
één eenigen persoon vereenigd
in
;
scheidene eigenschappen behoudende enz."
Voorts de
de Heidelbergsche Catechismus; der beide naturen
vereeniging
naar
loei
(in
twee naturen
niet overal
een opzettelijk betoog over
den Catechismus worden de zaken
behandeld, maar practisch), maar
„Maar zoo de menschheid
niet in
is,
bij
waar de Godheid
Christus niet van elkander gescheiden?
in
niet
den Hemelvaart, vraag 47 en 48 is,
—
;
worden dan de
Ganschelijk niet;
want mitsdien de Godheid onbegrijpelijk en overal tegenwoordig is, zoo moet volgen, dat zij wel buiten haar aangenomen menschheid is en nochthans permet haar vereenigd
soonlijk
blijft".
In gelijken zin lezen wij in p.
318)
:
Zondag
29 en 30.
28,
Art.
14 en 15 (Niemeyer
crayons que Jesus Christ, estant la sagese de Dieu et son Fils
„Nous
(=
Eternel, a vestu
van het «AAs^
Cf.
de Fransche Confessie,
kxI
om
w^b, „heeft zich omkleed",
aXXcg te weren) nostre chair a
une personne, vovie
homme
de Nestoriaansche dwaling
fin
d'estre Dieu et
semblable a nous, paisible en corps
et
homme
en
en ame, si-non
entant qu'il a esté pur de toute macule. Et quant a son humanité, qu'il a esté
vraye semence d'Abraham
du Saint-Esprit.
ment troublé Servet,
les
lequel
Ie dit estre
et
de David, combien
qu'il a esté
conceu par
vertu
:
attribue au Seigneur Jesus une divinité fantastique autant qu'il
idéé et patron de toutes choses et
Ie
nom
Fils
personnel ou figuratif
de Dieu (Servet was een broertje der Vermittlungstheologen) corps
la
En quoy nous detestons toutes les heresies qui ont ancienneEglises et notamment aussi les machinations diaboliques de
de trois élémens incréés,
et
:
et luy
forge un
par ainsi destruit toutes les deux natures."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's