Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 218

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 218

college-dictaat van een der studenten

2 minuten leestijd

M

Locus DE Deo (Pars Prima.)

hadden,

om

omgekeerd,

juist

om

gedaan

alles

God

voor

alle amabiliteit

De

volkomen ophouden van amabilis voor God zijn

houdt gelijken

tred

God

verminderd,

in

geduld,

heeft

ja,

die

absolute zonde

En

te zijn.

met het God minnen.

dan ook het

is

God

het amabilis voor

ons was dus de ayaxvj

In

tot

beginsel gansch in haat omgezet. Eerst zóo wordt het

hoe de bron van

duidelijk,

maken, dat God ons haten zou,

te

te verliezen.

God moet

alle ayy.Trri in

in

zijn,

ons met een medelijdenden

niet

God, die

die ons het allergrootste en machtigste blijk zijner liefde heeft

ons

niet

maar

blik heeft aangezien,

geschonken en

Gods liefde is dus gegrond in wil, omdat wij zijne schepselen

geopenbaard, namelijk zijnen eengeboren Zoon. zijn

welbehagen;

opdat

waren, in

VS.

luidt

1 1

zijns zelfs

ons amabilis zou maken.

a-yx-TTfiroi.

:

om

mint ons

Hij

Hij

£('

oi/Tixiq

'o

^thc

r,

Waarom

moeten

ook

wij

De

dien ander liefheeft.

Pelagiaansch

maar

aanstaat;

vers

In

God :

eigen

moeten

De keuze onzer

God

wij

richten;

liefde

mogen

Wie worden door God

wij liefhebben, anders

liefheeft

A

en

God niet

mint

wie ons

gesteld tot voorwerpen

hebben wij God

Rom. 5

niet

TZ^iXTXc kav

ayÓLwri alrc-'j T£TeXei(t}/uévy] (xLtcc kv h/nTv,

Zn

ky.

toIi

rijuTv

'iv

a.yx7r<st(JLVJ

icrriv.

aXArikouc,

b

^loc iv

lief.

8 („Maar

:

bevestigt zijne liefde jegens ons, dat Christus voor ons gestorven S-ciy olciilq TT'^TTOTc

en

moet zich

niet vragen,

13 hebben wij dezelfde gedachte als in

en

12

minnen.

willekeur

de vraag:

dit zij

onze liefde? Die

van

nl.

naar

voor ons, dan

lief is

ayxTr^Tsi zijn hier kinderen Gods.

A ook B

mint B, daarom moet

r„u£(i; ó(pclXo/X£.v b.Xkr.-

voor onze naasten; maar: omdat God u

zijn

lief

Kxl

God nu zoo

Xouq ay-ATTxy. Neen, dat wil niet zeggen: Als

ook

het dan vervolgens

yóf.TTYicrev ïq/xac,

r,/u,lv

is enz.),

/uéuct y.xt

yj

kv roiiTh^ yivfjiO-y-oiJiVJOTt kv -/.Whi fxivouvj k7.(

TTviójjiXToc xlroli SéS'j)Kcv

r,/u.rj.

God maakt ons

beminnelijk.

Waardoor? Doordat

Hij ons geeft van zijn ttus'jiux, want dat 7n/cö,ux is het bonum, sanctum, dat is dus hetgeen amabilis maakt voor dies ook amabilis maakt voor menschen, die eenzelfde liefdeleven

summum God,

verum,

en

deelachtig In

VS.

zijn.

19 wordt het uitgangspunt

TTpOiToc },yx7r-n<Tzv lY'rr,

Tov

Zti

b.yx7r''i>

c/.^zX(poy

Waarop dan

'nfx.xq.

roy Bsóv,

xLto'j

T/,v kvro'/u,v ï'/!j:pizy

y.y}

Ïv ï''^>pxycVj c/.tt'

rhu

opnieuw opgevat:

vanzelf in vs. 20 en 21 weer volgt

'y.^iAfpzv xItz'j [xt(Tf,^'^v^(TT-rickcrTiu' h

rhv S-eov ïv oii'/^iïopxKev

(xItoü^

'ïvx

r,fi£'ga.yx'rC)iu,£v,'ÓTi

o

ó.yxTTw rhv

oi>

yxp

fxr,

:

iicv r/ij

kyxTrCtv

SCvxrxi xyxTrxv. kxï

B-cov a.yxTCx kxc

xLt:^

rxï/Tirju

t:v h2iX(pov xlro'j.

En datzelfde verband wordt nu zoo sterk mogelijk nog eens geïndiceerd in de feitelijk nog bij cap. 4 bchoorcnde verzen 1, 2 en 3a van cap. 5 7r>.u è x^o-rc^^wv :

cTt '\Y}(TOjg karlv

kyx-TTx

y.xl

S-eoü, '6txv ro'j

B-£oï),

'o

Xpirrrógy ky roli ^ioü yiykvyr,Txt^ yxiTTx^h 'j.yx7rh>y tcv yivvriO-xvrx

riu yiyvJvrifx.ivov

':^

xiral) kv ro'jT'tt ytyïoG-yo/aev ïri .

Tcy B-iiy a.yxT'lijuev Kxt txc ''vx

TxcivToAxc

x'jtc'j

c>.yx7r'1)/u.iv

T-fip'',^ixvj.

God

is

de

9'cvv/7(7Jt<;,

yxp

rx tÏkvx

rcij

'r,

xyx7rr\

die zondaren

maakt

kvTo?.y.i; x'jto'j 7roi''t^^vJ. x'CTt]

kcrriv

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 218

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's