Dictaten dogmatiek. Locus de Sacra Scriptura, Creatione, Creaturis - pagina 650
college-dictaat van een der studenten
LOCUS DE HOiMINE.
lÓ
Na
van Cap.
31
vers
door de cns, die
Het mn^in deel
Cap. 2
om
duiden,
Hebben Sommigen
hebben
en
zich
Exegetisch
is
besproken
is
hiertegen
H. G.
e
en
nergens
de
nergens
baren
Gen.
den
van
Van
„nachgeholt"
Gen.
nis,
27 aan-
10,
:
geval
het
is.
— 25
in
het
de
2^,
met twee ?
of
tweede scheppings-
een
ideëele
het 1^
in
dogmatisch bezwaar, is
2
1
uit
1
:
voor
de
houdbaar in
traditie.
het reeds
plaatsen
mn^in conjungitur
nomen
cum
substantief
appellativo
4 betee-
:
iemands voorafgaand geslacht, maar
haschemaim ontstaan
2
de
:
2
25
:
de
Gen.
altijd
is
ook Gen. 2
dit
slechts
der
om
wel
en
appellativo
bijgevoegde
niet
men
mits
inhoud
de aangehaalde
al
cujus
En
ontwikkeling.
— Gen.
4— Gen.
:
S.
en
geschiedt
dit
wehaerez" wil
omdat
aldus,
grond der dingen noemt en de geschiedenis aarde
de
niet
het
H.
„Toledoot en
voor vorm
dus
niet
als
een
zeggen,
maar hun geschiedenis en ver3 hebben wij de eigenl. schepping; zijn,
der
scheppingsgeschiedenis,
van de menschelijke
periode
eerste
ontwikkeling
noodig
historie
maar met
dit
wordt
is,
onderscheid, dat
ziel
en lichaam, van
man en vrouw en van mensch en menschheid.
door de duïteiten komt de levensontplooiing
alleen
d.
i.
de geschiede-
de toledoot.
Men wat
11
;
hier
de essentieele zijde meldt, terwijl Gen. 2 alleen de duïteiten vermeldt,
1
van
Want
4
daarom moet het
en
;
de
in
Wat
geschiedenis.
:
personae,
w.
vorming,
Gen.
Gen.
af
obj.
is
voorstelt.
loop.
2
nomen cum
ejus
a.
diepsten
hoe de hemel
n.1.
M.
geschiedenis, S.
1
:
ook
dit
het volgende aan
deel.
beteekenen
cujus
origines
Toledoot
H.
9; 10
:
dat
traditie
geen
zij
persona,
conjungitur.
kenen. zijn
Gen.
in
waarborg
want
„nn^in",
origenes
de
wij
de
de
subj.,
6
;
om
altijd
doen met éen scheppingsverhaal
te
dat
de voorstelling echter
:
1
:
Deze uitdrukking wordt
deel.
maar
slot bij het eerste
Deze voorstellingen zou Mozes dan in Egypte gevonden wijze naast elkander hebben opgeschreven.
zelf
dat
5
gekomen
er
is
aanvullender
ze
vasthoude,
nli^in
Gen.
van een nieuw
Genesis
in
beweren,
voorkomt.
caput
tweede
't
hebben en dat de reëele
verhaal
Op
wij
4 nemen sommigen als het
:
als
ni/>Tn rbii is het opschrift
zij
3 staat.
vs.
mogen dus concludeeren,
wij
maar
incisie zijn,
het voorafgaande,
plaatsen
gelijk
en
toonen,
II
boven
opschrift
als
nooit gebruikt
echter te
van
geen
eig.
na Cap.
eciiter ool<
irhii
anderen
;
moest
I
voert
dan
hiertegen
toch
op
't
aan,
dat
scheppen
in
Cap.
ziet.
Dit
vs.
II
is
4
toch
echter
staat
niet
zoo
DKliinïi, ;
elke
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 776 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 776 Pagina's