Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Dictaten dogmatiek. Locus de Sacra Scriptura, Creatione, Creaturis - pagina 772

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dictaten dogmatiek. Locus de Sacra Scriptura, Creatione, Creaturis - pagina 772

college-dictaat van een der studenten

2 minuten leestijd

LOCUS DE HOMINE.

130

ingeschapen Ja

en

in

zijn

de

neen

geschreven

hart

De

volkomen.

hij

van

kennis

Adam kon

!

wereldorde,

geboden

tien

w.

;

de zedelijke strekking

z.

Gods

wet

een

is

God geschapen

door

die

d.

Kende Adam dan de tien geboden? niet opzeggen maar hij had ze

wet.

zijn

de

de détals wist

tot in

van

uitdrukking

de

zedelijke

opsomming van eenige ordinantiën. God heeft den mensch ingezet in die wereld en hem voor die zedelijke wereldorde een censorium in de ziel gegeven; daarom zeggen de profeten „Hij zal de wet in uw hart schrijven", want dat cenis

en niet een

:

sorium

de wet.

is

Adam kende

goede en

het

goede en het kwade heid

De mensch kende

antithetisch.

kende

hij

kende het het

licht,

alleen thetisch het

vóór den val niet; de antithese kon

door buiten

kennen,

licht,

en

de

;

het

de ongerechtig-

goede

de antithese

;

alleen door empirie leeren

hij

God de Heere Adam kende alleen

zedelijke wereldorde te gaan staan.

maar ook de wilde

van

God de Heere kende

kwade.

het

niet

de gerechtigheid en heiligheid thetisch

;

de

hij

antithese

de

duisternis;

kennen

duisternis

dan

leeren,

moest

hij

Maar daarom kende de mensch de zonde nog niet zooals God haar kent. De mensch heeft dus na den val, dit moet toegestemd, dit ééne punt meer gemeen met God dan Adam vóór den val n.1. de kennis der zonde; hoewel daarom niet over het hoofd mag gezien de diepe klove, die er ligt tusschen Gods kennis der zonde en 's menschen kennis. Tot dusverre was Adam gelijk 't embryo in moeders schoot evenals nu zich

zelf

het licht berooven.

;

een

kind

door afsnijding van

de

navelstreng

een eigen leven

krijgt, opdat de lichamelijke band tusschen moeder en kind plaats make voor een geestelijken band; zoo ook met Adam. Adam had eerst niets dan een vita infusa; hij leefde één leven met God. En nu komt de verbondsvorm, waarin God

den onmiddellijken en

aldus

band

aan

doorsnijdt,

zelfstandigheid

tegenover

zich

Adam

een persoonlijk leven geeft

opdat

verleent,

hij

nu zou kunnen

kiezen vóór of tegen God.

Wanneer een vader een zoon heeft, die in den handel gaan zal, laat hem eerst op een ander kantoor werken maar als hij klaar is, neemt hem als compagnon in zijn eigen zaak op. En eerst van dat oogenblik ;

de

begint

zoon verantwoordelijk

hem

komen,

enz.

ontwikkelen.

ook

het

dit

wat

vallen?

in

hem

Welnu,

proefgebod.

proefgebod

wereld

er

zoo

Men klein

zit;

zoo heeft zijn

Maar zoo moeten

staan

te

kan

ook

wij

hij

maar tevens kan zijn

eens

door het

karakter,

God

deed

wel en

;

't

niet

eten

:

van

beschouwen.

af uit

Vandaar

waarom een

ook

vaardigheid

zijn

Adam.

met

gevraagd

er

hij

hij

moest

appel

de

Wij moeten

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 776 Pagina's

Dictaten dogmatiek. Locus de Sacra Scriptura, Creatione, Creaturis - pagina 772

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 776 Pagina's