Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 682
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Christo (Pars Prima).
134
dat
de
B-iix
dat
zoo,
(p^G-ig
twee naturen
er
communicatie
aan, niet omgekeerd. Het is niet i<wamen en zich vermengden door de
xvB-pr^oTnv^
ell<ander
bij
idiomatum (de grondfout der Lutlierschen)
maar zoo, dat de
natuur de geschiktheid had de menscheiijke natuur aan te nemen,
Goddelijke niet
nam de
bezat,
de menscheiijke natuur
om
de Goddelijke natuur aan
nemen.
te
Vandaar
leerde de Geref. Kerk altoos, dat de menscheiijke natuur passief, de Goddelijke
natuur alleen actief hierbij geweest
Wanneer
dus
er
de
in
alleen als subject identisch historie
is.
paragraaf is
dat Jezus uitspreekt, dat Hij niet
staat,
met het subject
dat in Israëls schepping en
den Messias profeteerde, maar ook dat dat
zeggen,
dat Jezus zich bewust
was
met een
eeuwigheid
tot
dit
het Goddelijk subject te zijn, dat eo ipso
eeuwig de Goddelijke natuur bezeten had en eeuwigheid
zijn subject identisch is
de Goddelijke natuur op oorspronkelijke wijze bezit, dan wil
subject,
de
bezittende,
van
dat, die Goddelijke natuur
menscheiijke
had aange-
natuur
nomen. Wij hebben altoos
kiezen tusschen Petrus en Cajaphas
te
—
;
een derde
is niet
En Petrus èn Cajaphas Petrus toen hij beleed Gij zijt de Christus, de Zone Gods Cajaphas toen hij zeide Nu hebt gij zijne Godslastering gehoord waren het hierover eens, dat Christus gepretendeerd had de Goddelijke natuur te bezitten. (Men zegt wel eens, dat al zulke sterke uitspraken alleen in mogelijk.
:
:
;
—
het Evangelie van Johannes voorkomen, dat
kens
en
taal
een gereproduceerd Evangelie
stijl
gevonden worden. Daarom hebben tici
— altoos volgens die heeren —
genomen en wel
uit
is
en dat
zij
niet in
wij de tegenstelling hier juist uit de
de belijdenis der discipelen en der
blij-
de Synoptici
Synop-
bitterste vijanden.
En nu zien wij dat Petrus, sprekende namens de discipelen, en Cajaphas namens het Sanhedrin niet twijfelen over deze waarheid dat Jezus zich in zijn bewustzijn der Goddelijke natuur deelachtig wist en niet schroomde dit zelf uit te spreken en de belijdenis ervan te accepteeren). Immers de uitdrukking „Zone Gods" is blijkens de profetie van het O. T. niet in den algemeenen zin bedoeld van „kinderen Gods", maar drukt notione specialissima de geheel eenige betrekking tusschen den Vader en den Zoon uit. Wij zouden dit niet weten, indien niet juist dit de reden ware geweest, waarom Christus door Cajaphas en de Schriftgeleerden als Godslasteraar veroordeeld werd. zin bedoeld, ring,
want
genoemd
;
generatie,
kon in
en
wat
geen oorzaak wezen
dit
het „]2
O.
T.
worden "
van
het wezen betreft,
het organisch verband.
tot
alle Israëlieten
drukt
in
't
In
den algemeenen
de beschuldiging van Godslaste-
wel „kinderen des Heeren"
Hebreeuwsch
niet alleen uit
maar ook de overeenstemming
in qualiteit
de en
Al de inwoners van een stad of land heeten de \^3 van
dat land of die stad.
Het begrip van Godslastering kan alleen daar zich voordoen, waar men be-
weerde God
Zoo
ligt
zelf te zijn.
in het
verhoor van Cajaphas de
stellige
aanduiding, dat wij hier te
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's