Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 959
college-dictaat van een der studenten
:
Caput
De Mediatoris
V.
§
Officiis.
1«
dat
er
den
in
hemel
tempel
een
143
intercessione sacerdotali.
van
r\''y2v}
maken kon.
dat hemeische zijn aardschen tabernakel Schrift leert dus
De
Vandaar dat Mozes ook naar de
voor het anti-typische op aarde.
De
7.
of heiligdom
door menschen
niet
is
gemaakt maar door God; waarvan God de opperste bouwmeester en kunstenaar 2e
dat Christus' hemelvaart
is
geweest een ingaan
in
afgeschaduwd was onder het O.V.
zóó, dat dit ingaan
het ingaan van den
in
Hoogepriester op den grooten Verzoendag door het voorhangsel der Heiligen met wierook en bloed 3e
waar Christus
dat,
werkeloos
maar werkende den
God
in
strengsten
dat bloed te sprengen op
dat Heiligdom ingegaan
in
daden
om
dat
;
is
't
in
het Heilige
verzoendeksel.
Hij daarin
niet
blijft,
er ambtelijke daden verricht en dat die
Hij
voor
zin
is.
dat heiligdom en wel
ons onmisbaar
zijn
om
gemeenschap met den Vader te kunnen treden. En nu de zaak van onzen kant genomen. 1^ De Heilige
van
als kinderen
in
Schrift leert, dat het
werk van verlossing en wedergeboorte zoo toegaat, dat de kinderen Gods tot het einde toe blijven belijden, dat zij wat zich zelf betreft, midden in den dood liggen
dat ze een poel van ongerechtigheid in hun hart omdragen, en dat ze
;
voor den hemel hebben,
niets
Men kon een
dezen
zich
Gods volkomen
verhinderen overgestelde
om
't
hun gegeven worde
tot
leert
God
Was
hersteld was.
gaan.
te
zonde
alle
uit
:
dat
nl.
door
weg en
het hart
dat geschied, dan zou niets ons
Daar echter de Heilige
de levenservaring zoowel
en
den hemel.
uit
op aarde ook anders denken
ommekeer na de bekeering
plotselingen
het beeld
tenzij
toestand
van
Schrift juist
de
Kerk
als
't
tegen-
van elk
geloovige de zekerheid geeft, dat de poel der zonden ook na de bekeering het
hart
zitten blijft
—
zoodat
zelfs
een zeer klein beginsel dezer gehoorzaamheid heeft dat
onbekwaam
zij
zijn
om
teekent, dan heeft
hij
—
zoo volgt hier ook
God te verschijnen. God kunnen bestaan, terwijl
uit,
voor
Zal de geloovige dus voor
hem
in
de allerheiligste hier op aarde nog maar
hij
een deksel noodig, een hulpe, die
zoo
is,
als
Rom. 7
hem voortdurend
de verzoening deelachtig maakt. 2e
Te meer
geloovigen,
komen
;
een
daar
nog,
zoover gaan
het
kan,
volgens de Heilige Schrift en de ervaring der dat
In dien toestand nu, dat hij niets afweet kelijkste
voelt
doodschheid
zelfs
—
moet
zich er een
geheel van
andere
God in een doodslaap kan boom zonder bloesem of blad.!
kind van
het
schijndoode kan worden als een
van het eeuwig
God
zijn,
heil
en
in
de schrik-
verlaten voelt, of niet eens
die over
hem waakt
meer
of het zou mis
met hem gaan. Uit dezen
met zonde behepten toestand der geloovigen volgt dus de nood-
zakelijkheid, dat
zij
een wachter moeten hebben, die nooit sluimert.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's