Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 348
college-dictaat van een der studenten
:
:
LOCUS DE Peccato.
98
Het
leven is
dus compositio, de dood decompositio ; daarom zegt de Heilige
Schrift dat wij zijn alleen mogelijk,
is
Wat
roü 0£oi" en deze
zoo kras mogelijk
Ps. 139 spreekt het
en Neen.
de
helle, Gij zijt
daar!"
y.7rxXAorpi(ii(Tiq
uit
:
„Al bedde ik mij in
men aan God ontkomen. In den zin van worden „Neen, nooit kan men van God gede-
Nooit kan
dient dus gezegd te
139
ï^'jir,g
band was met dat leven Gods.
af ?
Ja
Ps.
er vroeger een
nu de werking van deze decompositio? Raakt een mensch Nu wordt het moeilijk, want het antwoord op die vraag is
is
van God
„c/.7rri?.?.0Tpcw/u.ivc( a.Trh Tr,q
:
wanneer
:
componeerd worden."
Maar kunnen
plaats
nu
het
van Judas
sterven
wel degelijk zeggen
wij
„Judas
:
Stephanus naast
en
was van God
af."
In
elkaar,
dan
dien zin kan het
dus weer wel. Ja en neen geldt dus van den mensch.
En
dat
consideratie in
de
„
„
doordat de mensch beide malen
mogelijk,
alleen
is
in
een andere
genomen wordt
\^ plaats als creatuur,
2e
als
„
van Gods geslacht.
Als creatuur kan nooit iets of iemand van
Satan alleen, doordat
weg
dus nooit
en het creatuur
God hem
in
God
Ook nu nog bestaat De mensch als creatuur kan
afraken.
leven houdt.
't
Gods hand; decompositio van den band tusschen den Creator
uit
onmogelijk of het zou voor het schepsel
is
zijn
algeheele pul-
veriseering en vernietiging.
Maar de mensch genomen want, kan wel van
Een tot
het
God
spier
als
was samengesteld
blijft
al
is
maar de
het sterven,
ligt,
in
in
de bloem het met
als in plant
den vorm van een
en
leven,
wordt wel gede-
dier.
De schoonheid en deze
God verwante?
weg, wanneer de bloem verdort en
in
doet er niet toe.
wat raakt het met God verwante bewuste den mensch,
creatuurlijke stof,
bestaan, en wel in dezelfde verhouding
vóór den dood, want of die stof voorkomt
componeerd; zoowel
Wat
bij
een paard, of op den mesthoop
bij
Maar
beelddrager Gods en dus aan Gods beeld ver-
als
afraken.
wordt gedecomponeerd
dier
waaruit
God
gaat
tot stof verteert.
Zoo is het ook met den mensch. De mensch blijft bestaan in existentie; maar wat hem zijn adel gaf, wat hem aan God verwant deed zijn, dat werd weggenomen en gedecomponeerd, toen de mensch van God afraakte. Een tweede
moeilijkheid
Terwijl de Schrift
leert,
ligt
het begrip van TrxXoitóq en kxivoc y.v^p(^7roc.
dat een kind van
en de onbekeerde een TcxXxihq
van den
in
xv'^p^Tcoq in geheel
God
av'^ptjiTroq bleef,
anderen
zin,
een kxivoc xv^pu^ttoc
is
zooals
daarnaast hij
leeft
in
is
geworden
de Schrift sprake
op aarde.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's