Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 647
college-dictaat van een der studenten
;;;
Caput Het
De Mediatoris Persona.
III.
Heilsmiddelaarschap
relatief
is
met
ct.vayy.r,
op den Zoon komen,
wel
relatief
wat de
Dit
Het Heilsmiddelaarschap. 99
3.
maar waar
;
op den Vader
niet
den H. Geest.
maar absoluut wat de essentie
existentie,
moet het
het komt, daar of
hoogst gewichtig stuk, waarmee wij komen
een
is
§
Het
tot
de grondkennis
der Gereformeerde belijdenis. Daarmee toch staan de volgende vragen
band: Hoe staat
van
leven
Israël tot
de Kerk
de maatschappij en den Staat
tot
van het lichaam
tot dat
vragen
altemaal
de Heidenen; de openbaring
tot
ver-
in
de philosophie
verschijnselen,
het
;
het leven van de ziel
;
de heiligmaking tot de burgerlijke gerechtigheid ?
;
rakende
is
betreft.
etc.
die gelijksoortig zijn in het rijk der
genade en der natuur. Het Methodisme nu
ziet bij
deze geheele reeks het verband voorbij
het genadeleven als een oliedrop
op de wateren van het
;
plaatst
natuurlijk leven.
De Gereformeerde zegt neen, het genadeleven rust op het natuurlijk leven. De genade vloeit niet voort uit de natuur, want de wedergeboorte is absoluut :
maar
zij
wordt
leven der natuur ingeschoven, ingewerkt en rust er dus op.
in het
komt centraal ter sprake hier in de En daarom verdedigen wij de stelling Dit
tusschen
twee,
die
Christus
Christologie. als
Gereformeerde theologen, dat er
Scheppingsmiddelaar en Christus middelaar, een noodzakelijk verband bestaat. als
Het creatuurlijk Middelaarschap 8
22—36.
:
dus ook
Hier
is
in
de Schrift geleerd
in
Spreuken
sprake van het Heilsmiddelaarschap, en Spr. 8
niet
opgenoemd
niet
wordt
als Heils-
als
een Messiaansche profetie.
In
mag
vers 22 wordt de
toestand beschreven van de ko^n af tot het voltooide paradijs. In het Paradijs is
de mensch
vandaar staat er
;
:
de menschenkinderen
zijn zijne
vermakingen
was de toestand vóór den zondeval. Ook in het voorafgaande is geen sprake van heilselementen, maar van de Schepping; dat blijkt uit de breede trekken, waarmee de Schepping geteekend wordt. het
Evenzoo Ps. 33
deze
:
Gen.
6;
plaatsen
verschil, dat
laar is
van
is
is
niet
het
1
:
creatuurlijk
1—20;
van
sprake
is
Cor.
I
het
Middelaarschap
8:6;
Joh.
1
:
sprake
1—4;
Job
in
Hebr.
28
1:3.
20
:
Op
Scheppingsmiddelaarschap; alleen met
al
dit
op sommige plaatsen gezegd wordt: met dezen Scheppingsmidde-
o.a. Cor. 8:6; maar wat beschreven wordt de Messias. Dat deze plaatsen verkeerd verstaan worden, is te danken
onze Heilsmiddelaar één
I
;
om alles dooreen te warren. Daarom moet, gelijk overal elders, zoo ook en zelfs vooral hier „onderscheiden" onze leuze zijn. In I Cor. 8 6 wordt geteekend het creatuurlijke Middelaarschap
aan de onhebbelijkheid onzer theologen,
:
en
in
onderscheiding, maar tevens
laarschap.
In
^ó^r,^
y^xpxKTrp
de is
y.x'.
identiteit
sprake
Hebr.
van
van
schap en van de Joh.
1:1, waar
1
1
etc.
die
het
:
ziet
op
beide
iv
het
in -jF.^
aanknooping daarmede het Heilsmiddeop den Messias;
geconstateerd.
Heilsmiddelaarschap,
identiteit
:V
'l>
i.7rxCyxrr/u.x
Scheppingsmiddelaarschap
van
Zie het
ook Coloss. Creatuurlijke
1
t?c
nu wordt
en :
18;
hier
Middelaar-
van het subject van beide. Al deze plaatsen (except
het niet gelegentlich,
maar genetisch geschiedt) beginnen met
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's