Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 881
college-dictaat van een der studenten
De Prop hetia Messianica.
§5.
Voor zooverre de gedachten Gods
slechts zijn gezindheid te onswaart,
zijn
oordeel over ons en de zelfuitspraak over zijn eigen
tot
inhoud hebben, ontbreekt aan den natuurlijken mensch de zuiver-
om
heid van orgaan
Op
één
zooverre
deze
nl.
deze gedachten Gods als goddelijk
daarentegen
punt
wezen en deugden
is
de zondaar hiertoe wel
inhoud hebben
tot
te
waardeeren.
in
voor
staat,
voornemen wat
het
doen
Hij
zoude, bijaldien het aangekondigd werd, eer Hij het deed. Vandaar de
eminente beteekenis voor geheel de profetie van de eigenlijke voorzegging
niet vóór,
maar nadat ze vervuld wierd. Overmits nu de
houd van Gods raad zich fetie praedictio
Messiadis worden
;
en daar de Messias hierbij
profetenambt vervulde, zelfaankondiging van den Christus
aankondiging annuntiatio
evenwel voor de Patriarchen en
is
zelfmededeeling, heid
gold,
worden
in
futuri
facti
den
geweest,
waarbij
hetgeen
dat
in-
den Christus concentreert, moest de pro-
in
maar
zelf het
zijn. Deze.'zelf-
een nuda
Israël niet
zelfbetuiging, zelfopenbaring,
het element der praedictie alleen de zeker-
God
bij
was, ook werkelijk zou
wezenlijk
tijd.
Toelichting.
Hoe
te
oordeelen over de voorspellingen ?
Langen tijd heeft men in een profeet niets dan een voorspeller gezien. Hiervan is men teruggekomen eerst werd het voorspellen op den achtergrond ge;
schoven
;
nog
later
beweerde men, dat
spellingen vaticinia ex eventu feet
daarin
dat
lag,
hij
hij
kon en
niet voorspellen
waren en dat het
strafredenen tegen het
zijn
voor-
wezen van den provolk hield de hoop van het
eigenlijke
;
volk opwekte in tijden van druk enz.
Wat
leert
ons
nu
de
Heilige
Schrift? Dat de
gewone opvatting van
kerkelijk publiek, dat bij de profetie de eigenlijke praedictio
kenis heeft, als
profeet
spreekt in den
ge daarin het bewijs, I"
gewicht en betee-
waar moet erkend.
Wij hebben dit gezien in Deut. 18 waren en den valschen profeet juist een
het
dat,
Naam
wat
hij
:
in
21 en 22,
waar
het verschil tusschen den
de praedictio gezocht wordt.
des Heeren en het komt niet sprak, niet gesproken
is
uit,
„Indien
dan hebt
door Mij". Daarin 56
ligt
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's