Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 868
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Tertia.)
178
achterwege
vraag
Die vraag moet
blijven
wie leden
:
oplossing
tot
van
dat
zijn
o-'Jj^a
komen en daarom komt
als
van het voornemen Gods de vraag aan de orde over de
Wanneer men
zullen en
wie
niet.
een van de sequeelen
electie en
de reprobatie.
zich eerst het verloop der wereld denkt zonder hettusschen-
intreden der zonde en daarna zooals de zonde als eene donkere wolk door de
wereldgeschiedenis
dan kan
heenschuift,
men zeggen,
dat
de praedestinatie
het besluit die verandering omvat, die door het doortrekken van de zonde
in
gekomen. Die verandering
is
natie
Al wat op de
uit.
in
het besluit door de zonde
duurzaam
loopt alleen daarover, welke gevolgen de zonde
ons dat goed indenken, dat wij bepaling
worden, eerst
destinatie
is
kwam,
proces nog heerlijker
te
Het behaagde den centrum
om Gods
opdat
beantwoorden
hij
De
Majesteit nog
nu
mensch
den
om hem
toe
besluit
is
hoofdstrekking van de prae-
Gods werk te
brengt, onschadelijk
verhoogen, en het scheppings-
te stellen
die schepping aan zijnen
aan het doel, dat
Christus
brengen.
in
als
mikrokosmos,
als
ambtelijk aan te stellen als profeet, priester
God zou opdragen
en dus zou
God met hem voorhad. Nu houdt de mensch
door het inkomen der zonde op dien dienst
hem
inkomen der zonde
het
doen voortschrijden.
Heere
der Schepping,
koning
en
Wanneer wij
op Hem, wiens het
allereerst ziet
dus, dat de storing, die de zonde in
wordt gemaakt, ja dient
heeft.
doen hebben met die
aan de individuen, die zalig of
wij, dat
op hetgeen Zijne eere en majesteit raakt.
en
is
te
de laatste plaats moet gedacht en dat de storing
in
wereldproces
het
in
de praedestinatie
dan zien
zetten,
te
bij
Gods, die er op gericht
besluit
vast
rampzalig die
het
in
wereld
de
maakt de praedesti-
praedestinatie, electie of reprobatie betrekking heeft,
te
vervullen en moet
God
zelf er
neemt de menschelijke natuur aan, en daardoor
Gode weer brengen, wat Hij van hem begeert. Niet de maar Christus. Hij herstelt ten einde toe Zijne Schepping en moet nu de menschheid zóó bewerken, dat God toch van den mensch Zijne eere krijgt. Geen mensch kan dat bewerken, daarom neemt Gods Zoon de menschelijke natuur aan, daarom zal voor dien Zone Gods alle kan de mensch
mensch
nu
dus
staat
voorop,
knie zich buigen.
Om
dien
Christus
vleeschwording
komt nu
aangrijpt
de rechte verhouding. Dat lijke
in
Zijn
(T>'hiJ.x,
wijl Hij
de menschheid door Zijne
haar kern en door de paiingenesie weer
Th>fxx rz-j Xpia-rz-j eindelijk
personen en daartoe worden geboren
zij,
moet bestaan
die tot dat
«x'i.^ax
uit
stelt in
mensche-
behooren zullen
;
maar naar de electie Gods. Zoo komt men uit bij de electie en de reprobatie, maar blijkt het tevens, dat de zaligheid der mcnschen is de laatste schakel om te komen tot het o-o.^x gaat
dit
alles
roü
yijsirrTzu.
niet
Niet
naar
eenige
menschelijke
willekeur,
personen en een Middelaar
om
voor hen
te lijden,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's