Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 288

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 288

college-dictaat van een der studenten

2 minuten leestijd

Locus DE Deo (Pars Prima).

270

werd

bestreden,

van „proprietates" toegelaten, doch verwierf

denkbeeld

het

ten slotte tóch de uitdrukking „deugden" de voorkeur.

We

gaan zien waarom.

A.

„A

10,

1 1 r

b u

i

„Attributa"

a."

t

een denkbeeld, dat

is

van de koninklijke attributen, dan bedoelt men dat uitwendigen

helm en

gelijk

zin,

Wanneer men

uil

van

zelfs

wel eens

geheel

in

de kunst spreekt van attributen,

bijv.

de

indien

Mercurius, en zoo de geheele mythologie door, een vast

bij

attributen,

gekomen, zoozeer verstaat,

in

hetzij

spreekt

van Minerva, de slang van Aesculaap, de vederen aan de achter-

zolen van den voet soort

men ook

toebrengen

in zich sluit hetzij het

het toekennen of toewijzen van het een aan het ander.

die

zelfs,

de

ook

dat

in

de

kunst

tot

eene vaste uitdrukking

men tegenwoordig vaak de zaak worden weggelaten.

attributen

zijn

zelve niet meer

Zoo spreekt men van de

koninklijke attributen in tweeërlei zin, in kunst- of in iuridischen zin. Aesthetice verstaan, zijn het

dan de

bal,

globe of appel, de kroon en de scepter, op

een rood kussen gelegd, als voorstellende de koninklijke macht; iuridice

de macht, die hem toekomt,

hem

ze

is

verleend

bij

hetzij

is

het

die inhaerent ligt in het koningschap, hetzij

verdrag of constitutie. Hoe

dit

zij,

altoos

in attri-

ligt

buten het gronddenkbeeld van eene onderscheiding tusschen het wezen zelf en datgene, wat aan dat wezen wordt opgehangen, aangehecht of toegewezen.

Nu wel

mensch en dus

als

originalis bijv.

tot

zedelijk gebied tot

om

zoodanig

al

zijne

op zekere hoogte

de eenvoudige reden, dat de niet

geschapen

niet het

gewone woord.

met de inhaerente gaven van

In

Toch

de schepping

iustitia originalis,

etc, en ieder voelt, dat dit heel iets anders

den

aan zichzelven,

gaven en talenten van zijnen Schepper heeft ont-

inzooverre dus als Deus homini attribuit haecce dona.

den mensch „attributa"

namelijk

men op

van de attributa hominis,

oorsprong en bestaan aan een ander dankt en

zijn

vangen, bij

kan

dat

vanzelf,

het

spreekt

spreken

is

zelfs

is

is

Adam

sapientia

dan dat God daarna

mensch zegt: „Hebt heerschappij over de visschen der zee en al het gedierte, dat op de aarde kruipt." gave toch is veel meer uitwendig. En juist daarom is op haar

over het gevogelte des hemels en over

Deze

laatste

op de eerste de naam van „attribuut" toe te passen. a. Maar nu op den Schepper zelven overgaande, dan valt bij Hem, het Eeuwige Wezen, reeds daarom alle denkbeeld van „attributa" weg, omdat er

veel beter dan 2^^.

geen attribuut denkbaar

is

zonder een subiect, quod

attribuit.

Wie

toch zou aan

hebben? De idee van het Goddelijke Wezen sluit de mogelijkheid der exsistentie van zulk een wezen volkomen uit. En dus is er in gezonden zin bij Hem van „attributa" geen sprake.

God den Heere

b.

iets

geattribueerd

Attributen zijn altoos van dien aard, dat het wezen ook zonder die attri-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 288

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's