Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 413

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 413

college-dictaat van een der studenten

1 minuut leestijd

§

De viRTUTiBus

7.

395

Dei.

woord „erfgenaam''. Een erfgenaam is niet iemand, die uit gunst een En in dien zin zegt de l<rijgt, maar een, die recht lieeft op de erfenis. medeërfgenamen van zijn, Gods erfgenamen dat wij iierhaaideliji<, Scfirift

het

legaat

is

erfgenamen

en

Cliristus,

de vaste

dit

doen"

Deut 32

vinden wij

aan

zal

overgezet,

niet als

Hem

het volgende: „En het zal

cf.

zoodanig

als

zijn volk recht

over

Beteekende p. vonnissen, dan moest hier volgen,

knechten berouwend

zijne

eeuwige leven

tot het

door de Statenvertaling

doen";

als „recht

God

bij

„Want de Heere

36:

:

terecht

zeer

is

maar

„vonnissen",

met opzicht

menschen

het recht des in

bijv.

p

enz.

;

der kinderen Gods.

titel

De gedachte van uitgesproken,

des i<oninkrijks

dat Hij ze verdelgen zou.

54

In Ps.

zelfs

geheel

God kan

niet alleen recht doen,

maar

Hij is er toe

:

uwen

woord p.

Hetzelfde

wordt deze gedachte

18

sproken.

uwe macht."

mij recht door

25

Gen.

In

3 hebben wij dezelfde gedachte: „o God! verlos mij door

:

naam en doe

algemeen uitge-

in het

gehouden krachtens

zijne iustitia.

Voegen hoewel

Hij

lankmoedig

Die gedachte

ontvangen

bij

Lu ka

s

Ik

beloofd

houden.

Hij

soms nog achteren

bekleeden

ons

en

overleiden

van de

iustitia

naar de

bedoel de belofte en en het verbond.

dan

heeft,

kan

is

dat

zegt reeds

:

„Belofte

nimmermeer

als

God

Hij die belofte niet

zou

maakt schuld."

er geen sprake van, dat

beloften

zijne

verplicht

blijkt,

roepen,

mensch van God ook een recht tegenover Hem ook nog in twee andere stukken, die eene breede plaats

Ons gemeene spreekwoord iets

Hem

tot

de

dat

nu,

heeft, ligt

veritas Dei.

18:7: „Zal God

over hen?"

is

heilsopenbaring

de

in

locus classicus nog

wij hier als

geen recht doen zijnen uitverkorenen, die dag en nacht

dan

te niet

doen.

Nu,

Een mensch kan

worden,

zijn

eed en belofte te breken, als namelijk van

zoo

iets

niet

hij

had mogen beloven, omdat

God

hij

er

mee

geen sprake van feilbaarheid of En daarom heeft de mensch schuld. alle belofte Bij God maakt dus vergissing. Dat pleiten moeten wij dan ook in recht, om op die beloften Gods te pleiten.

tegen Gods gebod

inging.

Maar

zeer eigenlijken zin verstaan.

God den Heere

nisse.

voortvloeiende

dan

strekt

aan

het

onze en

er

de

recht

te

belijdenis,

door

omdat

Hij

eerbied,

die

ons

kort

dat

te

is

er

Pleiten is geen bidden, maar, met alle eerbiede-

zijne belofte

schuld,

diepe

bij

doen,

voorhouden en

gehouden bij

is,

Hem

wijzen op de daaruit

die belofte te vervullen.

ons plichtmatig

is,

maar onze eerbiedenisse

de voorstelling,

als

zou

God

niet is

om

En

toch weer

een gevolg van

zijne belofte niet vervullen

aan herinnerd moeten worden, vrucht

is

van ons gebrekkig

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 413

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's