Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 367
college-dictaat van een der studenten
§ aannemen
verwerpen zou. Maar
of
God de Heere
zien, ziet
De viRTUTiBus
7.
als
349
Dei.
nu eerst ex eventu kunnen
terwijl wij dat
de Alwetende het vooruit. Vandaar de uitdrukking
„e praevisa fide". Dit gansche denkbeeld
is
den grond der zaak
in
niet anders
dan het over-
brengen op
God den Heere van wat in onze menschelijke huishouding thuishoort.
Voor
nienschen, gaat het weten
ons
ons,
God weg. sprake. Want
Wezen
Bij het Eeuwige
bij
den
de orde van den
in
praescientia en scientia praeteriti.
scientia,
Hem
bij
Maar
Vraagt men, of er dan geen praescientia
tijd.
tijd
in
die
bepaald heeft.
omdat
ook
is
Hij zelf
God
geen
dan moet geant-
Hem geopend ligt. voor Hem geopend
alles tevoren in zijn decreet alles
den mensch ingeschapen heeft al
in
voor
is
Hij bestaat buiten
is,
het boek der toekomst
genomen uit zijn decreet, omdat Hij En in de tweede plaats weet God
doet liggen,
niet.
wel, dat alles tevoren voor
:
Er
in.
er van praescientia natuurlijk
is
bestaat het verschil van
woord worden Ja, in dien zin Maar die praescientia Gods,
tijd
die begrippen vallen
al
's
wat
er
gebeuren
zal,
menschen vermogens,
neigingen, verhoudingen, en zelf bepaalt in welke omstandigheden, en dus ook
welke verleidingen
in
geestelijke
algebra,
permutatiën
van de
God bekend
zijn,
verre
zoo
zeggen
verschillende
Daar
dat
factoren
van
op
elk
mensch gekozen
heeft,
kan
God
hebben,
niet
men,
is
er
1895
voorvalt vooruit kan zien, niet
uit
in
zijn
Dit
zal.
de
al
is
een
combinatiën en
den mensch
niet alleen
gegeven oogenblik.
Ja,
aan
inzoo-
gansch wat anders dan de praevisa fides
is
vloeit het juist niet
decreet voort, maar verblijft de beslissing aan
de
mensch komen
die
mag, waarin
het resultaat,
Maar
er praescientia.
is
verzoekingen,
ik
maar ook
Remonstranten.
der
en
als
met noodzakelijkheid 's
menschen keus.
uit
Gods
Eerst nadat
de Heere daar eigenlijk wetenschap van
decreet en scheppingsordinantie.
Maar
God eene magische wetenschap, waardoor omdat
het gegrond
is
nu,
Hij in
zoo leeraart
wat
bij
ons
in
den wortel der
maar eenvoudig omdat Hij het op magische, onbegrijpelijke wijze En dat in dien zin, dat, als de mensch nog niet ontvangen
dingen,
vooruit ontwaart.
heele
het
ja,
is,
God
niettemin
rijmdheid zelve
volk,
alles is.
in
welks midden
hij
leven zal, nog niet bestaat, toch
gezien heeft eer het was. Eene voorstelling, die de onge-
Dat
is
magie, geen Goddelijke alwetendheid!
op de „scientia media" der Jezuïeten. Die Jezuïeten toch wilden ook zoo mogelijk voor den mensch reserveeren eene zekere vrijheid van keuze. Niet geheel op Pelagiaansche manier. Daar waren zij veel te goede Dit
ter
inleiding
denkers voor. En ook waren ze veel der
Remonstranten.
voorgrond conditie.
te stellen.
Dat
is
Zij
begonnen
te
met
knap,
om
in
te
gaan op de dwaasheid
eene onmiskenbare waarheid op den
Het Evangelie wordt altoos aangeboden onder eene soort
de zenuw van het genadeverbond. En immers was ook
in
het
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's