Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 698
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Tertia.)
Ö den
Daarom
wil.
van de andere Dogmatieken kennis en
hier in afwijking
zijn
wil uitgelicht uit de virtutes Dei en gebracht onder de vermogens.
Boven
zeggen,
de daad kennen. dat
hoofddeel
dit
hoogte
we
van
werken,
het
Metterdaad er toe
Deo
„de
staat
het
is
komen om
om
strekken eerst
het besluit
als
krachtens welk besluit dat werken plaats grijpt en
hoede
persoonlijke
vraag
bestaan
God
naar
Gods aanwezig
de
Men kan
dus
wat
er
in
is.
het Persoonlijk
d.
i.
het besluit, dat alles samenvat, en
besluit, uitstralende in
de daden Gods.
„de Deo operante" en alles samenvatten onder het
spreken
Gods, maar wordt dat werk geanalyseerd, dan hebben
van het werk
begrip
vraagt,
en het antwoord luidt
is,
de middelpuntvliedende werking, het
2.
te leeren
en het werken daarnaar ^e/römen
tot dat besluit
vermogens,
de middelpuntzoekende werking,
1.
werken en
te
overdenking van het werken Gods,
2.
eerste
op zekere
tot
vragen
te
]o.
De
om
werkenden God
den
ons
de
bij
men kan
operante'' en
zoowel het vermogen
dat
wij te letten 1.
op de persoonlijke dispositie van God voor het werken,
2.
op de concentratie van dat werken
3.
op eradiatie
men den geheelen Locus de Deo samen onder de benaming
Vroeger vatte
Wezen
„het
en de werkingen Gods", en behoorde dus „de essentia" en „de
personis"
tribus
het besluit, en
in
de daden.
in
het eerste deel, terwijl de
bij
tweede hoofdgroep de vermo-
gens, de besluiten en de daden omvatte.
Maar nu komt
tot
ons de vraag, hoe wij
komen, welke methode de
Rijst
vreemd
goud
vraag
zulk onderzoek moet
naar de
dan
obiect,
bij
is
het
in
te
volgen
antwoord
:
methode
dezen
wetenschap moeten worden gevolgd. tot
onderzoek van
het
bij
alleen het empirisch
bezien.
een
Willen wij
kennen, dan moet het gewogen, gemengd, gesmolten enz., maar vraagt
men daarna „wat definitie
het
evenzoo,
innerlijk
is
nu goud?" dan
evenmin
die
wij
bestaan
praeformatie van
als
te
voren
steld
leert
niet
verder gekomen en kan In
het plantenrijk gaat
kunnen de planten waarnemen en ontleden, maar van hun komen wij toch niets te weten van de dierenwereld als ;
het
menschelijk
leven
kunnen wij meer kennen, vooral
in het
wezen
is
Hem
bij
ook daar ons onmogelijk.
nu ten opzichte van den Heere onzen
was, dan was er geen kennen van
waarnemen,
Nu
het
men
gegeven worden.
de hoogere diersoorten, maar indringen
Wanneer
is
God zoo met ons
ge-
Hem
niet
mogelijk; wij kunnen
alle
kennis ware afgesneden, zoo er geen inwendig rapport bestond.
ons
echter
de
Heilige
Schrift, dat
de mensch geschapen
is
naar
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's