Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 767
college-dictaat van een der studenten
;
Caput mondig
onmondig,
of
ben van
De Mediatoris Statibus.
IV.
vrij
tot
de hoogst aangeslagenen, of
of ik een overheidspersoon ben of
Nu
worden
allen, die
noemt men
dat
;
den status
zijn substantie niet
hij
;
die daarover beschikken kan
dat
er zelf niets
hij
besluit teekent,
van
om
jaar heeft, vraagt
uit ;
;
kan
ik
ben gedoctoreerd
modi, die onderscheid bren-
dit buiten bijv.
zoo iemand
om
zijn
geschieden, zoo-
een Duitscher, die kinderen van zijn,
deze
in
Vandaar dat het mogelijk
is
in
„aan
5
zij
God
er niets
zet
van
hem, ge-
den staat van rechtvaardigheid over
overgangen echter wel merkbaar
den staat van gevangene overgaat
4,
zoodra de koning het
ook die kinderen Nederlanders geworden, hoewel medeweten,
of
den anderen door iemand,
in
genaturaliseerd te worden, dan
heel buiten zijn eigen toedoen en
zijn.
Maar hierdoor verandert de persoon
Wanneer
;
de volksvertegenwoordi-
weten. Evenzoo met den goddelooze, die gerechtvaardigd wordt;
(Soms
65
een peregrinus kan civis gemaakt
den eenen staat over
zelfs
voelt.
ik tot
hebben, en dus van één status generis
civis
naturaliseeren.
gaat
— of
allerlei status
overgang van status mogelijk
er
is
onderdaan
— ziedaar
ging of tot het volk zelf behoor,
gen tusschen
Het begrip „Status".
1.
of gevangen, eerloos of eerzaam, i<eizer of niet; of ik
behoor
adel, of ik
§
dien van
;
bijv.
wanneer men
uit
vrije.)
zijn staat te twijfelen",
omdat het bepalen van
onzen staat buiten ons om door een ander geschiedt, en dus een zaak van het geloof is. den persoon van Christus nu moet men deze beide soorten wel onder-
Bij
Meest spreekt men
scheiden.
altationis (of gelijk
bij
Christus van een status exinanitionis en ex-
de Lutherschen, status humilis
et gloriosa).
Gelden deze status nu alleen de menschelijke of ook de goddelijke natuur?
De Lutherschen zeggen toegekend. lijke
:
alleen de menschelijke
geschil kan noch aan de Lutherschen
In dit
De Lutherschen zagen
zeer goed
in,
wij
;
:
beide.
nog aan de Gereformeerden
gelijk
dat dehumiliatio alleende mensche-
natuur en niet de goddelijke natuur kon raken
;
de Gereformeerden anderzijds
in de menschwording zelf. En hiermede komen wij op het stokpaardje der Ethischen als zou de menschwording op zich zelf geen humiliatio voor den Zoon van God geweest zijn alleen het aannemen der verzwakte menschelijke natuur. Zagen wij reeds in een voorgaande observatie hoe het Pantheïsme zich toont
voelden terecht, dat de humiliatio
in
vermenging van
de
Werk
ingeschoven ook
met proces (Ebrard
Christi in seiner consecutieven Entfaltung;
geschiedenis van wij het Is
status
ligt
er
mensch,
:
II
p.
184 spreekt van
„die Evangelische Geschichte des Lebens Jesu") hier
Pantheïsme op een andere
lijn
op
't
Das
zoo maakt men er een levens-
komen
spoor.
geen absolute grens tusschen Schepper en schepsel, tusschen
dan heeft men het volle pantheïsme. Welnu, de
God en
mensch Zoon van God geen vernedering, maar eene „Lebensentfaltung" was, neemt die grenzen weg en stuurt in Pantheïstische richting.
te
worden
voor
den
stelling, dat
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's